BRUGGE -- Voor de rechtbank in kort geding in Brugge zijn vandaag de pleidooien hervat in de zaak van enkele handelaars tegen het Vlaamse Gewest. De handelaars eisen dat de bevoegde ambtenaar voor ruimtelijke ordening optreedt tegen het asielcentrum in Zon en Zee in Westende.

Ze menen dat daar geen asielcentrum mag komen omdat Zon en Zee in een zone ligt die op het BPA (bijzonder plan van aanleg) is ingekleurd als verblijfsrecreatie.

De raadsman van het Vlaamse Gewest stelde vandaag dat ,,het de gemeente is die in de eerste plaats moet optreden tegen een overtreding op het decreet op de ruimtelijke ordening. Toen dat niet lukte namen de handelaars het heft in handen, maar dat verandert volgens de raadsman ten gronde niets aan de zaak. Hij stelde dat in hoofdorde de huidige vordering onontvankelijk is.

De handelaars voegden bij hun argumenten een nota die aantoont dat sommigen onder hen tot zeventig procent minder omzet draaien sinds de komst van de asielzoekers.

Het Vlaamse Gewest stelt dan weer dat de rechter moet opletten. Als hij in eerste aanleg de ambtenaar beveelt tot optreden, moet het asielcentrum in Westende vermoedelijk worden ontruimd. Er verblijven momenteel zo'n 150 asielzoekers. Zo'n ontruiming betekent ook voor het personeel een probleem. Als een hogere rechtbank later anders oordeelt, moet alles heropgestart worden.

Het debat werd voor de zomervakantie al eens gevoerd maar de advocaat van de handelaars vroeg de debatten te heropenen om er een arrest van het hof van beroep in Antwerpen aan toe te kunnen voegen. Dit arrest heeft betrekking op het gelijkaardige dossier Hengelhoef. Het Antwerpse hof stelde op 28 juni van dit jaar dat er wel degelijk een stedebouwkundige vergunning vereist is om een asielcentrum onder te brengen in een voormalig vakantiecentrum. Ook daar wou de Belgische staat een asielcentrum onderbrengen in een zone voor verblijfsrecreatie.

Op 19 september zal het openbaar ministerie advies uitbrengen.