PARIJS/DEN HAAG - Servië weigert Slobodan Milosevic uit te leveren aan het Joegoslavië-Tribunaal en wil ,,één of twee jaar de tijd'' om de ex-president in Belgrado te berechten, ,,ook voor oorlogsmisdaden''. Dit zegt de Servische premier Zoran Djindjic vandaag in een interview met de Franse krant Le Monde.
Sinds de val van Milosevic in oktober 2000 is er getouwtrek tussen het tribunaal en de nieuwe autoriteiten in Belgrado. Het tribunaal hamert op zijn primaat dat het van de Veiligheidsraad over nationale rechtssystemen heeft gekregen; de nieuwe leiders in Belgrado willen Milosevic eerst zelf berechten. Djindjic noemt daarvoor nu een termijn van een á twee jaar.

,,Als Milosevic naar Den Haag gaat, zal hij de winnaar zijn: Hij zal een slachtoffer worden, de plaatsvervanger van de Serviërs, en hij zal hun steun hebben'', aldus Djindjic. ,,Als hij in Belgrado wordt berecht, zal er geen enkele steun zijn.''

Djindjic wil van hoofdaanklaagster Carla Del Ponte het bewijsmateriaal hebben dat zij tegen Milosevic heeft verzameld. ,,Wij zullen dat op dezelfde manier gebruiken als zij zou doen in Den Haag'', aldus Djindjic.

Het tribunaal vindt een proces in Belgrado niet doenlijk. Kosovaarse getuigen zouden bang zijn naar Belgrado te reizen. Joegoslavië is net als alle andere VN-lidstaten verplicht gehoor te geven aan het uitleveringsverzoek van het tribunaal.