BRUSSEL - De eerste reacties op de prioriteitennota voor het Belgisch EU-voorzitterschap die premier Guy Verhofstadt vandaag voorstelde in de Europazaal van het Belgisch parlement, waren gematigd positief. Toch vielen ook enkele kritische noten te noteren op het voor velen ,,ambitieuze'' programma.

Zo vindt europarlementslid Bart Staes (VU-ID) het voornemen om tijdens de tweede helft van dit jaar een akkoord te bereiken over de oprichting van een vaste Europese eenheid van magistraten, de zogenaamde Eurojust, net niet ambitieus genoeg. ,,België zou ook het debat over een Europees openbaar ministerie opnieuw op gang moeten trekken'', aldus Staes.

,,Binnen het Europees Parlement is er met een ruime meerderheid overeenstemming dat zo'n orgaan er moet komen, maar op de top van Nice was te weinig tijd over om het onderwerp te behandelen. De kwestie opnieuw op de agenda plaatsen ware nuttig, zeker omdat de Europese antifraudedienst Olaf efficiënter dossiers zou kunnen aanpakken wanneer er een Europese openbare aanklager is'', zo stelt Staes.

België wil voor eind 2001 ook overgaan tot de definitieve installatie van een Europees voedselagentschap. Een plan dat in het licht van de recente landbouw- en voedselcrissisen op de volle steun kan rekenen van Staes, al twijfelt hij eraan of ons land de bevoegdheden van een dergelijk agentschap niet door elkaar gooit. ,,Risico-analyse is duidelijk een taak voor een Europese voedselautoriteit, maar volgens mij moet risicobeheer het terrein blijven van de Europese Commissie'', luidt het.

Staes' collega in het Europees Parlement Dirk Sterckx (VLD) vindt het Belgisch programma realistisch en wat betreft de verklaring van Laken ,,in elk geval minder idealistisch dan enkele maanden geleden''. In de nota vindt hij wel niets terug over de liberalisering van de openbare sectoren. ,,En dat zijn toch dossiers die in versneld tempo moeten worden aangepakt'', aldus Sterckx.

In het kader van de uitbreiding van de EU naar Midden- en Oost-Europa meent de liberale politicus dat Europa zich ervoor moet hoeden de kandidaat-lidstaten niet te veel op de vingers te kijken of ze voldoen aan de communautaire eisen. ,,De Unie moet sommige aspecten van haar beleid -- ik denk aan het landbouwbeleid -- afstemmen op het gegeven van de uitbreiding. Het komt er dus op aan ook de eigen verantwoordelijkheid niet uit het oog te verliezen'', aldus nog Sterckx.

Belgisch parlementslid (en lid van de kamercommissie buitenlandse betrekkingen) Karel Pinxten (CVP) heeft dan weer vragen bij het doel van ons land om het Europees veiligheids- en defensiebeleid verder uit te bouwen. ,,Zo'n beleid is onlosmakelijk verbonden met een buitenlands beleid, en dat heeft de Unie momenteel niet'', aldus Pinxten. ,,Zolang Europa op dat vlak geen gemeenschappelijke prioriteiten weet af te spreken, geen project heeft en dus ook geen strategie, wordt het heel moeilijk om een gezamenlijk veiligheids- en defensiebeleid vast te leggen'', zo meent Pinxten nog.