LEUVEN - De dioxinecrisis was bij de verkiezingen in 1999 niet de enige verantwoordelijke voor het verlies van de CD&V, vermits dit een structureel verschijnsel is als gevolg van de afnemende kerkelijkheid van de Vlamingen. De geringe kerkpraktijk van jongeren doet vermoeden dat de CD&V verder terrein zal verliezen als de partij er niet in slaagt te recruteren buiten het electoraat dat haar vandaag het trouwste is. Dat stelt VUB-politoloog Kris Deschouwer op basis van een bevraging bij 2.179 Vlamingen.
Vijfennegentig procent van het CD&V-kiezerspubliek van 1999 is katholiek, waarvan bijna de helft (41,3 procent) praktiserend. Van deze groep ,,kerkse katholieken'' stemde meer dan de helft (51,7 procent) voor de CD&V. Precies deze groep gaat er echter sterk op achteruit en vertegenwoordigde in 1999 nog 17 procent van het kiezerskorps tegenover 26 procent in 1991. ,,De dalende omvang van deze groep is verantwoordellijk voor een verlies van 5 procent voor de CD&V sinds 1991. Dat is ook het percentage stemmen dat in deze periode verloren ging'', aldus Deschouwer.

Uit een analyse per leeftijdsgroep blijkt dat de toekomst er voor de CD&V weinig rooskleurig uitziet. Terwijl bij de 55-plussers nog 37 procent ,,kerkse katholieken'' telt is dat voor de -34-jarigen nog amper 3 procent. Niet enkel voor de CD&V maar ook voor het Vlaams Blok kan deze evolutie gevolgen hebben. Kerkse katholieken stemmen immers zeer weinig voor het Vlaams Blok zelfs als ze in hoge mate etnocentrisch -dit is zich bedreigd voelen door migranten- zijn. ,,De snelle erosie van het kerkse katholicisme betekent dat ook die dam in de nabije toekomst zal verdwijnen'', aldus Deschouwer.

  • Kris Deschouwer, ,,De smeltende ijsschots: religie, kerkpraktijk en stemgedrag'', in De kiezer heeft zijn redenen, 13/6 en de politieke opvattingen van Vlamingen, uitg. Acco, 39-57.