VAKSINCE - In het noorden van Macedonië hebben zich vandaag opnieuw gevechten voorgedaan tussen etnisch-Albanese rebellen en het leger, dat gisteren een offensief is begonnen om de rebellen uit hun schuilplaatsen in het grensgebied met Kosovo te verjagen. Het leger zette artillerie, gevechtshelikopters en mortieren in en er zouden tientallen doden zijn gevallen.
Een legerwoordvoerder zei dat vannacht op verschillende plaatsen in het noorden schermutselingen hadden plaatsgevonden, maar dat het offensief vandaag geconcentreerd was op Vaksince. Het dorp werd met artillerie en raketten bestookt en tegen het middaguur lag het centrum, waaronder de plaatselijke moskee, in puin. Vanuit omringende dorpen was het vuur van handwapens van de rebellen te horen.

Volgens onbevestigde berichten zijn er ongeveer zestig doden gevallen. Een politiefunctionaris ontkende dat de slachtoffers burgers waren, maar sprak van terroristen die zich als burgers voordeden.

VN-functionarissen in Genève meldden dat tegen de 2.000 vluchtelingen bij Miratovac Servië binnen waren gekomen. Zij worden opgevangen in centra en bij families in Bujanovac en Presevo.

In de Macedonische hoofdstad Skopje waren regeringsfunctionarissen druk in de weer om de politieke crisis af te wenden die is ontstaan door de onthulling dat etnisch-Albanese partijen in de regeringscoalitie geheime onderhandelingen hebben gevoerd met de rebellen. De Slavische partijen in de coalitie hebben daar schande van gesproken. De regering heeft onderhandelingen met de etnisch-Albanese rebellen uitgesloten en wordt daarin gesteund door de internationale gemeenschap.

Premier Ljubco Georgievski beschuldigde de etnisch-Albanese partijen ervan stelling te nemen ,,tegen de (Slavische) Macedoniërs''. Imer Imeri, hoofd van de etnisch-Albanese Partij voor Democratische Welvaart, beweerde echter dat zijn partij met instemming van de regering met het Nationaal Bevrijdingsleger had onderhandeld. ,,De regering heeft ons aangemoedigd de rebellen te benaderen en we hebben het gedaan ten behoeve van vrede'', zei hij. Arben Xhaferi van de Democratische Partij van Albanezen weigerde de met de rebellen gesloten deal op te zeggen, maar bezwoer dat zijn partij ,,nooit achter de rug van de regering om'' had gehandeld en deel wilde blijven uitmaken van de coalitie.