GAZA-STAD -- Israël heeft zondag voor het eerst in een maand Palestijnen uit de Gazastrook weer toestemming gegeven om naar hun werk in Israël te gaan.
Ongeveer 6.000 werknemers mochten na een uitgebreide veiligheidscontrole Israël in. De grens was na een zelfmoordaanslag op 4 oktober in Haifa gesloten. Bij die aanslag blies een Palestijnse vrouw zichzelf en twintig anderen op in een restaurant. Overigens werden alleen getrouwde mannen van 35 jaar en ouder toegelaten, omdat die groep volgens de Israëlische autoriteiten minder vaak betrokken is bij zelfmoordaanslagen.

Voor de start van de tweede intifada drie jaar geleden werkten ongeveer 150.000 Palestijnen in Israël. De afgelopen jaren is dat aantal teruggelopen tot ongeveer 35.000. De grens met de Palestijnse gebieden wordt in reactie op aanslagen vaak voor langere tijd gesloten.

In Tel Aviv is zaterdag de moord op premier Yitzhak Rabin herdacht. Tienduizenden mensen kwamen bijeen op het centrale plein van Tel Aviv, waar de joodse ultranationalist Yigal Amir op 4 november 1995 de toenmalige premier Rabin vermoordde.

Oppositieleider Shimon Peres, die zich op de avond van de moord in Rabins gezelschap bevond, zei dat acht jaar na de moord op de premier de noodzaak om tot een vredesakkoord met de Palestijnen te komen groter dan ooit is. ,,Zelfs rechts begint langzamerhand te begrijpen dat het beter is om twee staten te hebben die in vrede naast elkaar leven dan één staat waarin twee volkeren om elk stukje land en iedere druppel water vechten'', aldus Peres.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig