LONDEN - Een moeizame start van de gemeenteraadsverkiezingen, die vandaag in een deel van Engeland worden gehouden, heeft de vrees gevoed voor een mogelijk succes van extreem-rechts. De peilingen wijzen op een lage opkomst: in de voormiddag was nog maar 30 procent van de stemgerechtigden gaan kiezen. Volgens analisten speelt een lage opkomst in de kaart van extreem-rechts.
De verkiezingen worden beschouwd als een eerste zware test voor de Labour-partij van premier Tony Blair sinds de klinkende overwinning vorig jaar bij de verkiezingen voor het Lagerhuis.

De meeste campagnes stonden in het teken van de groeiende onveiligheid in de Britse steden. De grootste extreem-rechtse partij, de Britse Nationale Partij (BNP), ruikt haar kans na de verrassende tweede plaats die Jean-Marie Le Pen op 21 april bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in Frankrijk behaalde. Uitvalsbasis van de BNP is Burnley, in het noorden van Engeland, dat vorig jaar het toneel was van rassenrellen.

Voor Iain Duncan Smith, sinds september vorig jaar partijleider van de Conservatieven en gerenommeerd Euroscepticus, zijn het de eerste verkiezingen als hoofd van de partij.

Ongeveer 22 miljoen Britten kunnen 174 nieuwe gemeenteraden kiezen. Er staan ongeveer 6.000 zetels op het spel. Daarvan bezet Labour er 2.745, de Conservatieven 1.771, de Liberaal-Democraten 1.223 en de Groenen 17.

De eerste resultaten worden vannacht verwacht.