LEUVEN - 60 procent van de Vlaamse OCMW's wil meer doen dan alleen maar instaan voor de sociale verzekering van zijn klanten. Zij beschouwen hun taak pas als volbracht als de klant zich kan integreren in de arbeidsmarkt. OCMW's die zich daarop richten ,,activeren'' gemiddeld 16 procent meer cliënten dan andere. Dat blijkt uit een bevraging van het Hoger Instituut voor de Arbeid van de Katholieke Universiteit Leuven (KUL). br />
De OCMW's denken dat een job in de gewone arbeidsmarkt maar voor 37,5 procent van hun cliënteel haalbaar is. Als redenen daarvoor noemen ze een onaangepaste arbeidsattitude, een te laag opleidingsniveau en een beperkte mobiliteit. Maar vaak is er sprake van een combinatie van problemen.

Van diegenen met wie het OCMW actief helpt zoeken naar een baan, kregen 72,5 procent in 1998 ook effectief een aanbod.

Uit het onderzoek blijkt voorts dat de OCMW's voor hun tewerkstellingsbeleid vaak samenwerken met andere partners. 77,7 procent werkt samen met het PWA, 76,8 procent met de VDAB, 67,7 procent met de interimsector en 58,5 procent met derden. Voor de opleiding van cliënten doet meer dan 60 procent een beroep op de VDAB. Voor het begeleiden van de moeilijke doelgroepen wordt samengewerkt met derden.

De rondvraag werd in de loop van vorig jaar gehouden. Er werkten 229 Vlaamse OCMW's aan mee. Dat is 74,3 procent van het totaal aantal. De resultaten staan te lezen in de Nieuwsbrief van het Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming (KUL).