Morris, alias Maurice De Bevere, werd op 1 december 1923 geboren in Kortrijk. Na zijn rechtenstudie, leert hij tekentechnieken aan bij de studio van Jean Image. Op twintigjarige leeftijd wordt hij in dienst genomen door een Brusselse tekenfilmstudio. In dat atelier werken ook Peyo (o.m. Johan en Pirrewiet, De Smurfen), André Franquin (o.m. Guust Flater, Robbedoes en Kwabbernoot, de reeks Zwartkijken) en Eddy Paape (Luc Oriënt, Flip Flink, Jan Kordaat). Samen met Franquin, Will (o.m. Baard en Kale) en Jijé (o.m. Blondie en Blinkie, Robbedoes en Kwabbernoot, Jerry Spring, Jan Kordaat) zal Morris de zogenaamde ,,Bende van Vier'' gaan vormen. In 1945 wordt hij medewerker van 'Le Moustique' van de Uitgeverijen Dupuis.
In 1946 neemt Maurice De Bevere het pseudoniem ,,Morris'' aan om een jaar later de eerste avonturen van Lucky Luke te publiceren in ,,De Almanak van Robbedoes''. ,,The poor lonesome cowboy'', altijd vergezeld van zijn paard Jolly Jumper, is een sympathieke kerel met een groot hart die, ,,vlugger schiet dan zijn schaduw''... aldus Morris.

In 1948 trekt de West-Vlaming, die gefascineerd was door de Amerikaanse western, samen met Jijé (Joseph Gillain) naar de Verenigde Staten. Daar ontmoet hij in New York de toen nog onbekende scenarist René Goscinny (Asterix). De twee mannen raken bevriend en terug in Europa in 1955, vraagt Morris Goscinny om zijn scenarist te worden. Het wordt een samenwerking van meer dan 20 jaar. Met Goscinny als scenarist worden de verhalen van Lucky Luke een parodie op de grote thema's en mythes van de westernwereld. Morris geeft met zijn eenvoudige expressieve stijl gestalte aan kleurrijke, legendarische personages als de gebroeders Dalton (Averell, William, Jack en Joe), Jesse James, Billy The Kid, rechter Roy Bean of Calamity Jane en verwerkt historische figuren of gebeurtenissen uit de Mid-West tot grappige verhalen met respect voor de geschiedenis: van het leggen van de spoorlijn door de States tot de goldrush of de petroleumboom in Texas. Van toenmalige heersende figuren van het witte doek zoals bijvoorbeeld Louis de Funès, Jean Gabin, Jack Palance of David Niven maakt hij heerlijke karikaturen.

Tot aan zijn dood in 1977 zal Goscinny 38 scenario's voor Morris maken. Morris doet nadien nog een beroep op Bob de Groot, Greg en Guy Vidal.

In de jaren '60 geeft de tekenaar Lucky Luke nieuw gezelschap: ,,Rataplan, het lelijkste beest van het Westen''. Rataplan is niet erg intelligent maar wel erg trouw en aanhankelijk. Spinoffreeksen konden niet uitblijven en zo verschenen in 1987 ,,Rataplan'' en in 1995 ,,Kid Lucky''.

De klare en precieze pennetrekken van Morris maakten van Lucky Luke als snel één van de grootste helden van het stripverhaal. Morris haalde de inspiratie voor zijn techniek grotendeels bij de film. Enkele langspeeltekenfilms over de avonturen van Lucky Luke blijven dan ook niet uit: "Daisy Town" (1971), "De ballade van de Daltons" (1978) en "De Daltons op vrije voeten" (1983).

In diezelfde periode loopt er ook op televisie een reeks van 26 tekenfilms. Later, in 1991, verschijnt er opnieuw een televisieserie in 26 afleveringen, die in de Amerikaanse Hanna and Barbera-Studio's werden gemaakt. In dat jaar vertolkt acteur Terence Hill Lucky Luke in een tiental films, waarvan één langspeelfilm.

In 1988 pakt Morris Lucky Luke zijn eeuwige sigaret af. Hij vindt dat een held die veel succes kent bij jongeren een voorbeeld moet stellen. De beslissing levert hem een medaille op van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Morris was ook uitvinder van de term "Negende Kunst". Hij gebruikte het begrip samen met verzamelaar Pierre Vankeer voor de eerste keer in de rubriek "Negende Kunst, het museum van het beeldverhaal", die ze van 1964 tot 1968 voor het weekblad Robbedoes verzorgden.

Morris werd laureaat van talrijke prijzen en internationale onderscheidingen. In 1993 kreeg hij ook een erkenning van zijn vakgenoten voor zijn hele oeuvre. De grote trots van Morris bestond er echter vooral in om een ontzettend talrijk publiek te kunnen vermaken: over de hele wereld werden meer dan 150 miljoen albums van Lucky Luke verkocht. Ze werden vertaald in 30 talen. Er verschenen 31 titels bij uitgeverij Dupuis. Later nam Dargaud de reeks over. Bij die uitgeverij verschenen 39 titels. In september zou een nieuw album uitkomen: deel 40 met als titel "De Profeet".