BRUSSEL - De uitspraak van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg in de zaak De Morgen versus NMBS raakt de pers in haar essentie. Het is overigens niet de eerste keer dat het Belgische gerecht grof geschut bovenhaalt om het bronnengeheim van een journalist te schenden. Dat zegt nationaal secretaris van de Algemene Vereniging van Belgische Beroepsjournalisten (AVBB) Pol Deltour vandaag in een gesprek met het perbureau Belga.
De documenten die de journalisten van De Morgen gebruiken, vallen ook onder het journalistieke bronnengeheim, zegt Deltour. ,,Met de uitspraak (dwangsom van 25 euro per uur waarin ze weigeren hun bronnen prijs te geven) heeft de rechtbank de krant en de journalisten zwaar onder druk gezet. Dat ontgoochelt ons opnieuw, want op die manier kunnen journalisten niet langer vertrouwelijke documenten gebruiken en kan een groot deel van de informatie niet langer circuleren. Zo wordt de pers gemuilkorfd'', legt Deltour uit.

In het verleden heeft het Belgische gerecht al meer grof geschut bovengehaald om journalisten te dwingen de herkomst van hun informatie vrij te geven. Deltour verwijst onder meer naar de zaak van José Masschelin (Het Laatste Nieuws, maart 2002) en de zaak Martin Coenen (Humo, 1986).

De nationale secretaris van de journalistenbond benadrukt nogmaals dat het journalistieke bronnengeheim beschermd is door het Europese Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg. ,,Het ontgoochelt ons keer op keer dat sommigen binnen de Belgische rechterlijke macht nog steeds niet beseffen dat die bescherming bestaat'', aldus Deltour.