Bij zijn vertrek naar Washington heeft premier Guy Verhofstadt gezegd dat hij zich niet kon "inbeelden dat premier Silvio Berlusconi zich zo denigrerend over de islam uitliet.'' Verhofstadt zegt dat het multiculturele en de ontmoeting van beschavingen de stichtende waarden zijn van onze open en democratische samenlevingen. Ook minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel vindt de uitspraken van Berlusconi onaanvaardbaar.
Volgens Verhofstadt voeden dergelijke uitlatingen op een gevaarlijke manier een gevoel van vernedering. ,,Dat kan tot een afscheiding van twee werelden leiden'', zo stelt de premier. ,,Op dit moment zouden die elkaar nochtans moeten opzoeken en met elkaar in dialoog treden.''

Verder benadrukt Verhofstadt dat de verklaring van Berlusconi in strijd is met de conclusies van de buitengewone Europese Raad van vorige vrijdag. Daar werd er behoedzaam op toegezien dat elke gelijkstelling tussen terrorisme en islam wordt vermeden. Vanuit die overweging kreeg ook de trojka, waarvan minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (PRL) deel uitmaakt, de opdracht om deze week diverse Arabische landen te bezoeken.

Verhofstadt stipt tenslotte aan dat ook ,,onze Amerikaanse vrienden erop aandringen om elke vorm van verwarring en vermenging tussen islam en terrorisme te vermijden.''.

Di Rupo: 'Cafépraat'

Ook PS-voorzitter Elio Di Rupo reageerde zeer scherp. ,,Deze verklaringen zijn even idioot als gevaarlijk. Ze duiden op een absoluut gebrek aan verantwoordelijkheid van een regeringsleider, en op een totaal gebrek aan de meest elementaire kennis van de geschiedenis.'' Di Rupo omschreef Berlusconi's uitlatingen als ,cafépraat'.

Elio Di Rupo herhaalde dat men de grote Arabische en moslimbeschaving niet kan herleiden tot enkele religieuze fundamentalisten, zoals men het westen ook niet herleiden tot ,,enkele neo-fascisten'.

,Het Italiaanse volk verdient dergelijke regering niet', meent de voorzitter van de Franstalige socialisten, zelf van Italiaanse afkomst. Hij roept de collega's van Silvio Berlusconi op deze laatste ,tot de rede te roepen'.