BRUSSEL - Zowel de CVP als de PSC hebben tijdens het plenair kamerdebat vandaag duidelijk gemaakt gekant te zijn tegen het Lambermontakkoord. PSC-kamerlid Jean-Jacques Viseur vroeg de regering wel nog op de proppen te komen met ,,enkele elementen van vertrouwen'' om ervoor te zorgen dat Lambermont niet wordt getorpedeerd.

De Kamer debatteert vandaag de hele dag over het tweede luik van het Lambermontakkoord. Die bijzondere wet heeft betrekking op de overheveling van bepaalde federale bevoegdheden naar de deelstaten. Het gaat onder meer om landbouw, buitenlandse handel, ontwikkelingssamenwerking en de gemeente- en provinciewet.

Het eerste, financiële luik werd al goedgekeurd. Dat gebeurde met de steun van de PSC. Of de Franstalige christendemocraten dat morgen opnieuw gaan doen, is nog niet duidelijk. In ruil voor die steun moet de meerderheid met iets over de brug komen.

Paarsgroen diende al een wettekst in die gedeeltelijk een voorstel overnam van PSC-fractieleider Jean-Pol Poncelet. Dat richt een fonds op voor het Brussels gewest en wordt dit jaar nog gespijsd met 3,082 miljard frank. De PSC wil echter meer en dringt vooral aan op extra garanties voor de Franstaligen in de Vlaamse rand. Zij schuift in dat verband vooral de ondertekening naar voren van het Europees kaderverdrag ter bescherming van de nationale minderheden. De meerderheid tracht daar momenteel een mouw aan te passen.

Viseur benadrukte dat het belangrijk is het kaderverdrag te ratificeren. ,,Het is een waanvoorstelling dat dit een Franstalig paard van Troje zou zijn. Het moet een element van vertrouwen zijn en geen element van spanning'', stelde de PSC'er. Viseur wees op het feit dat landen zoals Roemenië, Bulgarije en onlangs nog Joegoslavië het verdrag hebben ondertekend. ,,Wij, als één van de meest ontwikkelde landen, hebben dat nog niet gedaan'', luidde het.

Danny Pieters (VU/ID) verweet Viseur aan ,,intellectuele komedie'' te doen. ,,Onze situatie is niet te vergelijken met dergelijke landen. Wij hebben geen etnische minderheden'', zei de VU'er. Pieters verwees naar Duitsland, dat het verdrag wel ondertekende, maar er in een voorbehoud aan toevoegde dat het geen minderheden heeft. ,,Wij kunnen hetzelfde doen''.

De PSC vroeg ook nog komaf te maken met de rondzendbrieven Peeters, Van den Brande en Martens. ,,Het zou een mooie politieke geste zijn die in te trekken en zo een einde te maken aan de pesterijen in de rand'', zei Viseur.

Wat het bevoegdheidsluik zelf betreft heeft de PSC fundamentele bezwaren. Viseur had het over een probleem qua grondwettelijkheid (de overheveling van de gemeente- en provinciewet gebeurt niet via een grondwetswijziging) en wees op het feit dat het ontwerp uitgaat van een confederale logica. ,,Het leidt ook niet tot beter bestuur of een betere relatie tussen overheid en burger'', klonk het.