IEPER - Door de beslissing van de rechtbank van koophandel in Ieper om het eenzijdig verzoekschrift van Lernout & Hauspie voor een gerechtelijk akkoord bij gebrek aan informatie en duidelijkheid te verwerpen, ligt de bal nu opnieuw in het kamp van het Ieperse spraaktechnologiebedrijf.

Ofwel gooit L&H nu de handdoek in de ring ofwel dient het bedrijf op zeer korte termijn een nieuw verzoekschrift in met de resultaten van de interne audit én een geloofwaardig en goed onderbouwd herstructureringsplan.

De tijd dringt echter. Door de weigering van de rechtbank kunnen de banken theoretisch beslag leggen op de (Belgische) activa van L&H. ,, Al zal het voorlopig zover niet komen '', zo verklaarde meester Verbiest, die het consortium van banken vertegenwoordigt. Hij liet echter verstaan dat het management nu binnen een termijn van ,,dagen'' duidelijkheid moet verschaffen over de (financiële) situatie van het bedrijf. Bijkomende kredieten blijven dan nog mogelijk, al liet Deutsche Bank wel weten daarin niet meer geïnteresseerd te zijn.

De aanhoudende onduidelijkheid over de financiële cijfers, die de banken ertoe bracht hun kredieten terug op te eisen, zat ook de rechtbank van koophandel in Ieper hoog. Zo noemde de rechter het onaanvaardbaar dat de resultaten van het in augustus aangekondigd intern onderzoek 3,5 maand later nog altijd niet bekend zijn. En dat terwijl het bedrijf zelf toegeeft dat de cijfers voor 1998, 1999 en het eerste semester van 2000 ,,onregelmatigheden'' bevatten.

De rechter wees ook op de opmerkelijke houding van huisrevisor KPMG dat blijkbaar het interne auditcomité toelichting weigerde over een aantal cijfers. De vraag dringt zich hier op in hoeverre een revisor, steunend op zijn beroepsgeheim, dergelijke houding kan verantwoorden. Het intern auditcomité lijkt immers deel uit te maken van het bedrijf.

Het gebrek aan concrete cijfers maakt volgens de rechtbank ook meteen de simulatie voor de komende zes maanden, dat L&H samen met het verzoekschrift verplicht was in te dienen, compleet ongeloofwaardig. Bovendien zijn ook de voorgestelde maatregelen van het herstructureringsplan volgens de rechter ,,armoedig'' en ,,niet overtuigend''.

Daarin zou L&H bijvoorbeeld voorstellen om de loonmassa in te perken, wat volgens de rechter neerkomt op snoeien in de kernactiviteit van het bedrijf: de technologische kennis van zijn personeel.

Voorts zou L&H ook de verkoop van bepaalde activiteiten niet uitsluiten. Zo zou er bijvoorbeeld een intentie tot bod zijn neergelegd voor het Belgische vertaalbedrijf Mendez van 150 miljoen dollar. De rechtbank, die in dat verband tevens wees op het ontbreken van informatie over de Amerikaanse dochter Dragon, oordeelde echter dat een uitverkoop moet worden voorkomen, des te meer omdat niet duidelijk is wat met dergelijke ,,eenmalige opbrengst(en)'' zal worden gedaan.

Opvallend waren tenslotte ook de terechtwijzingen aan het adres van zowel Jo Lernout en de banken. Zo noemde de rechtbank het gebrek aan intermenselijke communicatie bij L&H tegenstrijdig met de grootsprakerigheid van zijn topman in de pers. De banken kregen dan weer te horen dat zij zich enkel bekommerden over het bekomen van waarborgen voor de terugbetaling van hun verstrekte kredieten (ter waarde van 430 miljoen dollar nvdr). De rechter merkte in dat verband op dat het voortbestaan van het bedrijf in het belang is van alle betrokkenen, dus ook de aandeelhouders en het personeel.

Gezien L&H over voldoende middelen lijkt te beschikken om zijn personeel in België op korte termijn verder te betalen en het bedrijf ook in de VS een overbruggingskrediet van 20 miljoen dollar kreeg, sprak de rechter geen faillissement uit. Maar gezien er ook geen staking van betaling werd verleend, is de vraag hoe lang L&H zonder bijkomende middelen kan overleven. Om een faillissement of ontbinding te vermijden moet L&H nu wel zeer snel zijn huiswerk overdoen. En dat betekent over de brug komen met de juiste cijfers en een geloofwaardig herstructureringsplan, onderbouwd door meer dan enkele vage cijfers.