LOS ANGELES - George Harrison, die donderdag op 58-jarige leeftijd aan kanker overleed, was de stille Beatle, wiens talent als songschrijver dikwijls ten onrechte werd overschaduwd door dat van zijn medebandleden John Lennon en Paul McCartney. Doordat hij zich het liefst op de achtergrond hield kwam niet altijd even goed naar voren hoe belangrijk zijn aandeel in het succes van de Beatles was. Een aantal van de mooiste liedjes van de groep (Something, Here comes the sun, While my guitar gently weeps, Taxman) is van zijn hand.
Harrison, geboren op 25 februari 1943, was pas 15 jaar toen hij door zijn schoolvriend Paul McCartney werd gevraagd om bij de Quarry Men, waaruit de Beatles zijn ontstaan, te komen spelen. Waar Lennon -- die van Harrison leerde gitaarspelen -- en McCartney in de beginjaren samen de liedjes schreven die het aangezicht van de popmuziek voorgoed zouden veranderen, werkte Harrison alleen. Op elk album uit de beginjaren staat wel een liedje van Harrison, maar pas in maart 1968 kwam een van zijn songs op een single terecht: The inner light, de b-kant van Lady Madonna. Anderhalf jaar later verscheen Something als single met dubbele a-kant. Ook op nummers die niet van hemzelf waren, was de Harrison-sound hoorbaar. Het geluid van zijn twaalfsnarige Rickenbacker, zoals in A Hard Day's Night, is van grote invloed geweest op de Amerikaanse countryrockband de Byrds.


Interesse voor Oosterse muziek
Toen de Beatles populairder waren dan ooit begon Harrison, wiens gitaarspel aanvankelijk was beïnvloed door rock-'n-rollgrootheden als Chuck Berry en Carl Perkins, zich te interesseren voor oosterse muziek en mystiek. In de muziek van de groep was dit goed terug te horen, eerst nog subtiel met een sitarlijn in Norwegian Wood en later overduidelijk (Within you without you).

Al voor de groep uiteenviel verschenen van Harrison de soloalbums Wonderwall Music en Electronic Music. Ook verscheen op het Beatles-label Apple de door Harrison geproduceerde Hare Krishna Mantra, die een hit werd.

Frank Sinatra vond Something, net als Here comes the sun afkomstig van het album Abbey Road, een van de mooiste liefdesliedjes die er bestaan, al dacht hij dat Lennon en McCartney het hadden geschreven. Al hield hij er niet van om op de voorgrond te staan, het stoorde Harrison wel dat hij altijd in de schaduw van Lennon en McCartney stond. Hij is zelfs een keer om deze reden uit de band gestapt, maar keerde al snel op zijn schreden terug.


All things must pass
Binnen een jaar nadat de Beatles in april 1970 uit elkaar waren gegaan had Harrison een hit met My sweet Lord en zette hij liefdadigheidsconcerten voor Bangladesh op touw. My sweet Lord kwam van het succesvolle album All things must pass, dat dit jaar opnieuw werd uitgebracht. De opvolger daarvan, Living in the material world, werd minder goed ontvangen en het daaropvolgende album Dark Horse wordt beschouwd als dieptepunt uit zijn carrière.

Ook persoonlijk ging het Harrison in die tijd (1974) niet goed. Zijn vrouw Patti Boyd had hem verlaten voor zijn goede vriend Eric Clapton, die de solopartij op While my guitar gently weeps voor zijn rekening had genomen en ook meedeed aan de concerten voor Bangladesh. Al voor hij een relatie met haar kreeg had Clapton Boyd bezongen in Layla, van het album Layla and other assorted love songs van Derek & the Dominos uit 1970. Tussen Harrison en Clapton kwam het pas jaren later weer goed.

Al in het jaar van zijn scheiding ontmoette Harrison overigens zijn latere vrouw Olivia, die in Los Angeles voor zijn platenmaatschappij Dark Horse werkte.


Filmcarriere
Tot aan het eind van de jaren '70 bleef zijn carrière haperen. Zijn toenmalige platenmaatschappij sleepte hem voor de rechter omdat hij een album niet op tijd af had en een andere rechter oordeelde dat hij He's so fine van The Chiffons onbewust had geplagieerd met My sweet Lord. Wel richtte hij een filmproductiemaatschappij op, Handmade Films, die onder andere Life of Brian, Time Bandits en Madonna's Shanghai Surprise maakte. Na een serie flops ging de maatschappij uiteindelijk echter over in Canadese handen.

In 1981 had hij weer eens een hit met All those years ago, een eerbetoon aan de vermoorde Lennon, waarop ook McCartney en Ringo Starr te horen waren. Nadat Gone Troppo uit 1982 matig was ontvangen maakte hij vijf jaar geen platen meer. Hij ging steeds meer tijd besteden aan autoracen en tuinieren. Wel leverde hij nog bijdragen aan de musical The hunting of the snark van Mike Batt en aan een benefietalbum van Greenpeace.


Traveling Wilburys
Nadat er in 1987 nog een soloalbum was verschenen, Cloud Nine met de hitsingles Got my mind set on you en When we was fab, vormde Harrison samen met Bob Dylan, Roy Orbison, Tom Petty en Jeff Lynne de supergroep Traveling Wilburys.

In 1992 toerde Harrison met Clapton door Japan en halverwege de jaren '90 was hij met McCartney en Starr nauw betrokken bij de samenstelling van de cd- en videoserie Beatles Anthology. Ook namen de drie ex-Beatles opnieuw de begeleiding op voor twee tot dan toe onbekende door Lennon geschreven en opgenomen songs, waaronder de hit Free as a bird.


Gezondheidsproblemen
De afgelopen jaren had Harrison te kampen met een slechte gezondheid. In 1997 werd hij behandeld voor keelkanker. In december 1999 werden Harrison en zijn vrouw Olivia door een insluiper neergestoken in hun huis in Friar Park in Henley-on-Thames. De muzikant werd vier keer in de borst gestoken maar overleefde de aanval. De dader, de toen 33-jarige werkloze Michael Abram, bleek een Beatles-hater uit Liverpool die geestelijk in de war was. Hij werd later door de rechtbank ontoerekeningsvatbaar verklaard.

Eerder dit jaar werd een gezwel uit zijn longen verwijderd en werd er een hersentumor bij hem vastgesteld. In juli riep hij zijn fans in een verklaring nog op zich geen zorgen te maken om zijn gezondheid. Kort daarvoor had voormalig Beatle-producer George Martin gezegd dat het niet goed ging met de gitarist.

Ondanks zijn afkeer van de bijverschijnselen van The Beatles, besefte Harrison de invloed van hun muziek. "The Beatles hebben eeuwigheidswaarde", vond Harrison. Dat was niet bepaald zijn mening over sommige hedendaagse hitmakers. Zo haalde hij in een interview in een Franse krant hard uit naar de Spice Girls. "Het mooie is dat je naar ze kunt kijken met het geluid uit. Ook bij groepen als U2 geldt: Het enige dat nog belangrijk is, is geld verdienen. Het heeft niets te maken met talent. Zullen we ons de Spice Girls en U2 over dertig jaar nog herinneren? Ik betwijfel het".

Harrison overleed donderdagochtend in het huis van een vriend in Los Angeles, in aanwezigheid van zijn vrouw Olivia en zoon Dhani. Hij stierf volgens een vriend, Gavin De Becker, met één laatste wens: hou van elkaar.