BRUSSEL - De wet van 13 april 1995 tot bestrijding van de mensenhandel en de kinderpornografie bevat een aantal knelpunten. Zo bevat ze geen eigenlijke definitie van ,,mensenhandel'' en moeten een aantal materiële vergissingen rechtgezet worden. Dat stelt het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding in het boek ,,Mensenhandel, rechtspraak, mei 2002'', dat vandaag werd voorgesteld.
In de praktijk is ook nog een en ander voor verbetering vatbaar, stelt het centrum. De personen die voor de rechter verschijnen, zijn meestal zogenaamde passeurs en niet de kopstukken zelf van de organisatie. Ook blijft de vergoeding van de slachtoffers een teer punt.