MOGADISHU - Zeker zestig mensen, onder wie veel burgers, zijn vandaag in de Somalische hoofdstad Mogadishu omgekomen bij gevechten tussen regeringssoldaten en aanhangers van twee machtige clan-chefs. Dat hebben hulpverleners gemeld. Bij de incidenten viel ook een honderdtal gewonden.
Volgens ooggetuigen werden bij de gevechten in het noorden van de stad granaten afgevuurd en zware machinegeweren gebruikt. De dodentol zou de grootste zijn in één gevecht sinds de overgangsregering in september 2000 aan de macht kwam.

De gevechten zouden te maken hebben met de overval op de woning van de Somalische minister van binnenlandse zaken vorige week. Hierbij vielen acht doden. Het huis van minister Dahir Shaykh Dayah werd volledig verwoest. Volgens clanleider Mohammed Dhereh was de aanval het begin van de oorlog om de regering omver te werpen.

De regering van president Abdikassim Salad Hassan werd twee jaar geleden benoemd in het kader van een vredesconferentie in Djibouti. De nieuwe regering zou een einde moeten maken aan de chaos in Somalië na de val van dictator Siad Barre in 1991. De machtsstrijd tussen de verscheidene krijgsheren werd echter ongemoeid voortgezet. Buiten de hoofdstad heeft de regering weinig gebieden onder controle.