ANTWERPEN - Meester Christine Mussche beet de spits af vanmorgen voor het Antwerpse assisenhof, om de onschuld van beschuldigde Alex Vercauteren te bepleiten. Ze begon met een knieval naar de familie Van Noppen toe. ,,De talloze incidenten die er hier in de loop van het proces geweest zijn, moeten voor u bijzonder storend geweest zijn. Ik heb mij daarover meermaals geschaamd'', zei Mussche.
Maar de verdediging van Vercauteren wil niet als ,,lastigaards'' versleten worden en spreekt tegen dat ze in deze zaak de ,,procedurepleiters'' zijn. Vrijpleiten omwille een handtekening die ontbreekt, is niet wat wij doen, meende Mussche.

Dit proces is ,,een echte oorlog'' geweest en aangenaam vond Mussche dat geenszins. De verdediging Vercauteren voelt zich ook aangevallen: zo mocht ze de dossiers van Walter Remysen niet bij het dossier-Van Noppen voegen en werden er onaangekondigd twee ex-secretaressen van meester Rieder gedagvaard ,,wat geen verrassing was voor de pers'', zei Mussche. ,,Meester Rieder werd met twee rijkswachters naast zich de zaal uitgeleid, net niet in de boeien geslagen. Meester Rieder heeft ook een gezin!''

Ze verwees ook naar de aanvallen van het openbaar ministerie die het had over ,,maffiatechnieken'', ,,rookgordijnen en mist spuien'' en de nietige stukken die de advocaten van Vercauteren pas op 8 februari 2002 mochten consulteren. Dat was volgens Mussche de voornaamste reden waarom zij en meester Van Steenbrugge de verdediging van Vercauteren op 17 maart 2002 kwamen versterken, om het consulteren van die massa nietige stukken te kunnen bolwerken.

Ze ontkende ook dat de moraliteitsgetuigen die door Vercauteren voor het assisenhof gedagvaard werden, ,,geprepareerd'' zouden zijn.

Meester Christine Mussche gaf een chronologisch overzicht van hoe beschuldigde Alex Vercauteren volgens haar in het dossier-Van Noppen betrokken raakte.

In '96 werd Vercauteren reeds vaak in de pers genoemd als de mogelijke opdrachtgever. Hij stapte met die krantenartikels naar meester Rieder, met de vraag of die daar iets kon tegen doen.

In '97 werd Vercauteren echter zelf afgeperst, zo zegt hij. Hij diende klacht in. Toen Vercauteren de afperser diets maakte dat hij moest ophouden, stopten de bedreigingen merkwaardig genoeg. Rieder vertrouwde het niet. ,,Hier klopt iets niet'', zei hij.

Rieder zal pas in december '98 klacht met burgerlijke partijstelling indienen over de persberichten, nadat Vercauteren voor het eerst uitvoerig ondervraagd werd in verband met het dossier-Van Noppen. Volgens Vercauteren zei commissaris Beinaerts hem toen dat hij voor het laatst zijn bureau als een vrij man kon verlaten. Daarop schreef Rieder brieven naar àlle partijen in de zaak-Van Noppen, met de vraag of zij de verbetenheid van de speurders tegenover Vercauteren konden uitleggen.

Carl De Schutter geeft volgens Mussche zelf aan dat hij bij Vercauteren terechtgekomen was door zijn eigen fantasie, zijn eigen ,,redenatie'', zoals hij het zelf zei. Elke advocaat die met de toenmalige advocate van De Schutter contact zou opgenomen hebben, zou in de ,,redenatie'' van De Schutter als de opdrachtgever kunnen bestempeld worden.

Vervolgens ging de advocate in op de twee bezoeken van de twee Grieken, gestuurd door Carl De Schutter, aan het kantoor van Hans Rieder. De bezoeken vonden volgens haar wel degelijk dezelfde dag plaats, op 11 mei '99, in tegenstelling tot wat de twee secretaresses voor het hof getuigden. Veel voorbereiding kwam daar dus niet aan te pas. Mussche staaft dat op volgende wijze: Secretaresse Maryse De Cleene werkte tot 14 mei bij Rieder. Secretaresse Veronique Snoeck had vanaf 12 mei enkele vrije dagen. De Grieken waren, volgens de gegevens van hun hotel, pas op 11 mei in Gent.

Vermits de twee secretaresses zeggen dat ze de vergadering (tweede bezoek) met de Grieken allebei hebben meegemaakt, kunnen beide bezoeken enkel op dezelfde dag, 11 mei '99, plaatsgevonden hebben.

Mussche wilde dat allemaal staven met stukken, waaronder correspondentie van Rieder met De Schutters voormalige advocate Ilse Van Mellaert. Maar de voorzitter heeft geweigerd die stukken aan het dossier toe te voegen. Daarop stelde meester Paul Quirijnen (burgerlijke partij) dat meester Mussche ,,de openbare orde in het gedrang bracht'' omdat ze constant uit vertrouwelijke correspondentie onder advocaten citeerde. Hij dreigde ermee een tussenkomst van de stafhouder te vragen.

Volgens Mussche laat De Schutter uitschijnen dat de afpersing die hij zelf op het getouw zette, een poging was van Vercauteren om hem zwijggeld aan te bieden.

Nog volgens de verdediging was er een tweede poging om Vercauteren af te persen, toen Carls broer Jan De Schutter met een valse naam naar het kantoor van Rieder kwam. Jan De Schutter was woensdag, samen met zijn moeder, in de assisenzaal aanwezig. Hij gaf na de zitting aan de pers toe dat hij meegeholpen had om zijn broer te helpen ontsnappen uit de Franse gevangenis. Maar de afpersing en valse naamdracht ontkende hij. ,,Iemand had mij gebeld en gevraagd om bij Rieder gewoon iets voor Carl te gaan afhalen. Da's alles'', zei Jan De Schutter.

De Schutters moeder Sidonie blijft haar zoon ondanks alles steunen. ,,Hij moet veel moed gehad hebben om hier ter zitting toe te geven dat het om een eliminatie in plaats van een intimidatie ging'', zei ze aan de pers.

De zitting werd om 12.10 uur geschorst.