KORTRIJK - De Kortrijkse strafrechtbank heeft juwelier Wouter Tyberghien (28) uit Harelbeke schuldig bevonden aan verschoonbare doodslag. De rechter verleent hem de gunst van opschorting van de uitspraak van de veroordeling. Tyberghien wordt dus principieel veroordeeld, maar krijgt geen straf. Het openbaar ministerie had nochtans een principiële straf gevorderd.
Tijdens de nacht van 22 september 1999 roofden vier Polen de juwelierszaak van Wouter Tyberghien in Harelbeke leeg. De juwelier, die eerder dat jaar al het slachtoffer werd van ramkrakers, loste minstens 13 schoten met twee verschillende wapens in de richting van de wegvluchtende daders. Eén van de inbrekers, de 29-jarige Robert Szyszka, kwam daarbij om het leven. Tyberghien werd daags nadien aangehouden en verbleef vijf dagen in de cel.

Geen zelfverdediging

Volgens de Kortrijkse strafrechter kon er geen sprake zijn van wettige (zelf)verdediging. ,,Het slachtoffer was ongewapend en werd in de rug geschoten met een jachtwapen geladen met kogels die in België en buurlanden verboden zijn gezien de grote verwondingen die ze aanbrengen''. De rechter verwees naar de eerste verklaringen van Tyberghien waarin hij stelde ,,niets (dus ook geen wapen) te hebben gezien in de handen van het slachtoffer''.

Ook de schulduitsluitingsgrond onweerstaanbare dwang oordeelde de rechter niet van toepassing. ,,De vrije wil van Tyberghien was immers niet volledig uitgeschakeld, hij was toerekeningsvatbaar bij de feiten. Bovendien had hij andere mogelijkheden dan het doodschieten van de overvaller'', aldus het vonnis.

Wel oordeelde de rechter dat de feiten onmiddellijk zijn uitgelokt door geweld. ,,Dat is subjesctief en hoeft niet noodzakelijk om fysisch geweld te gaan. De overvallers hadden kort tervoren de voordeur van de juwelierszaak en de veiligheidsrolluik ingebeukt, waren met vier en bovendien was in februari dat jaar ook al een brutale overval gepleegd op de zaak''.

Blanco strafblad

De rechtbank verleende Tyberghien de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling voor een termijn van drie jaar. Dat betekent dat de juwelier een blanco strafregister behoudt. Als hij nieuwe feiten pleegt, zal de veroordeling alsnog worden uitgesproken. Tyberghien krijgt dus geen voorwaardelijke straf opgelegd, dan gaat het immers om een opschorting van strafuitvoering en zou de veroordeling wel in zijn strafregister worden opgeslagen.

Tyberghien is volgens zijn advocaat financiëel gespaard gebleven. ,,Naast de gerechtkosten, goed voor 9.688,38 euro, draait mijn cliënt wel nog op voor de morele schadevergoeding aan de ouders van het slachtoffer. Maar de rechtbank hanteerde daarbij de verdeelsleutel die we haar aanreikten''.

Vader en moeder Szyszka krijgen slechts een tiende van wat ze vorderden als morele schadevergoeding: 371,84 euro voor de vader en 422,42 euro voor de moeder. De rechtbank oordeelde immers dat het slachtoffer voor negen tiende aansprakelijk is aan het overlijden. De broer van het slachtoffer krijgt niets omdat hij bij de overval en de uitlokking was betrokken. Hij is eerder door de correctionele rechtbank veroordeeld tot 4 jaar effectief maar is voortvluchtig.

Tyberghien ontgoocheld

Wouter Tyberghien toonde zich ,,ontgoocheld'' na het vonnis. ,,Je blijft toch altijd hopen op een vrijspraak'', stelde de juwelier na de uitspraak. De verdediging zal rustig de tijd nemen om een beroepsprocedure te overwegen. Ook het openbaar ministerie, dat een principiële straf vorderde, kan nog beroep aantekenen.

Ook de advocaat van Tyberghien bleek teleurgesteld. ,,De strafrechter weerhield weliswaar de verschoningsgrond uitlokking en verleende mijn cliënt de gunst van de opschorting van de veroordeling waardoor hij een blanco strafblad behoudt. Maar het zwaarste blijft de schuldverklaring''. Over een eventueel beroep wilde de advocaat nog geen standpunt innemen. ,,De wet voorziet 15 dagen om deze afweging te maken en daar gaan we gebruik van maken'', aldus Chris meester Vandenbogaerde.