DEN HAAG - Niet de Bosnische Serviërs, maar de Franse geheime dienst zat achter de massaslachting in Srebrenica die in juli 1995 aan bijna 8.000 moslimmannen het leven kostte. Dat stelt de voormalige Joegoslavische president Slobodan Milosevic vandaag voor het Joegoslavië-Tribunaal.
Hij hield er zijn openingspleidooi inzake de aanklachten over Kroatië en Bosnië. De ,,beveiligde'' enclave moest aan de Serviërs overgedragen worden, waarna ,,genocide begaan door de Serviërs zal worden verzonnen'', aldus Milosevic.

Het waren in feite extremistische huurlingen die deel uitmaakten van het leger van Republika Srpska maar onder commando stonden van de Franse geheime dienst, die deze ,,waanzinnig misdaad'' begingen. Een dergelijke misdaad zou worden gebruikt als rechtvaardiging voor militair ingrijpen door de Navo, aldus Milosevic.

Ordinaire koehandel

Milosevic schilderde de situatie in en rond Srebrenica in de zomer van 1995 als een ordinaire koehandel tussen de Franse generaal Janvier en de Bosnische moslims. De moslim-president Izetbegovic gebruikte Srebrenica voor diverse manipulaties. Hij hield de enclave persoonlijk achter de hand voor politieke doeleinden.

Tehen de middag kwamen de aanklagers met hun eerste getuige, die voor zijn eigen veiligheid onherkenbaar voor het publiek was gemaakt. Hij vertelde dat het Joegoslavische leger rechtstreekse steun leverde aan regionale Servische vrijwilligersmilities en de Servische politie in Kroatië voor hun strijd.

De aanklagers van het VN-hof in Den Haag houden Milosevic (mede-)verantwoordelijk voor de volkerenmoord op zeven moslimgemeenschappen in Bosnië waaronder die van Srebrenica. Daar werden naar schatting achtduizend moslimmannen geëxecuteerd. Daarnaast wordt hij misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden ten laste gelegd die werden begaan in Kroatië en Bosnië.