WASHINGTON -- De Verenigde Staten kunnen moeilijk vooruitgang opmeten in de oorlog tegen het terrorisme en ze moeten zich voorbereiden op een lang verblijf in Afghanistan en Irak, schrijft de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld in een memo gericht aan zijn dichtste medewerkers, en woensdag gepubliceerd door USA Today .
De inhoud van de tekst, gedateerd op 16 oktober, verschilt volledig van het optimisme die de minister en de administratie van president George W. Bush uitstralen in het openbaar. In het openbaar wordt regelmatig gewezen op de gerealiseerde vooruitgang, vooral in Irak.

Rumsfeld heeft de memo zelf verdedigd tegen de pers en het Pentagon gaat de tekst integraal op zijn website plaatsen omdat ze willen dat de voornaamste verantwoordelijken van Defensie nadenken over de oorlog tegen het terrorisme in de ruimst mogelijke context.

In de memo zegt Rumsfeld dat het onmogelijk is het leger snel genoeg te hervormen om zo efficiënt mogelijk in de oorlog tegen het terrorisme te vechten en dat het misschien zal nodig zijn een nieuwe instelling te creëren om deze missie te vervullen. Rumsfeld vraag zich letterlijk af of ze de oorlog tegen het terrorisme nu wel of niet aan het winnen zijn. Als hij de resultaten bekijkt van wat is gerealiseerd na de aanslagen van 11 september 2001 ziet Rumsfeld middelmatige resultaten tegen Al-Qaeda, een behoorlijke vooruitgang in de klopjacht op voormalige Iraakse verantwoordelijken en een langzamere vooruitgang tegen de Taliban-verantwoordelijken.

De memo was onder andere gericht aan de stafchef van het Amerikaanse leger Richard Myers, zijn adjunct Peter Pace en vice-minister van Defensie Paul Wolfowitz.