BRUSSEL - Het DAC, het ontwikkelingscomité van de Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), geeft goede punten aan de Belgische ontwikkelingssamenwerking inzake visie. Maar tegelijk maakt de organisatie zich zorgen over de mogelijke regionalisering van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.
Dat blijkt volgens de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging 11.11.11 uit een rapport van de DAC dat onlangs in Parijs werd voorgesteld. Het kadert in de reeks onderzoeksrapporten die de DAC maakt over het ontwikkelingsbeleid in de Oeso-lidstaten. Elke lidstaat krijgt om de vier jaar wordt een grondige doorlichting van zijn ontwikkelingsbeleid.

Visie

De Belgische ontwikkelingssamenwerking krijgt goede punten als het om visie gaat. De beleidsnota van Eddy Boutmans wordt ,,een document van opmerkelijke kwaliteit'' genoemd. De keuze om de samenwerking te concentreren op een beperkt aantal landen en thema's wordt toegejuicht, zelfs al is het aantal partnerlanden van de Belgische samenwerking nog steeds te groot.

Het rapport stelt ook vast dat de direct bilaterale samenwerking gestaag afneemt de voorbije jaren, en dat België maar in een tiental landen meer dan 100 miljoen frank besteedt, waardoor ons land zich bij de kleine donoren rangschikt. De DAC wijst er ook op dat de bilaterale samenwerking te veel projectgericht is.

Regionalisering

De ,,zachte en genuanceerde toon'' van het rapport verdwijnt volgens de mededeling van zodra het woord regionalisering valt. Het DAC-rapport wijst er op dat geen van de federale Oeso-staten een materie als ontwikkelingssamenwerking overhevelt naar deelstaten en dat regionalisering negatieve gevolgen heeft.