Anders dan voorheen woonden gisteren opvallend veel studenten de feestelijke zitting in de schouwburg bij waarmee met klaroengeschetter en saxofoongeschal een nieuw KUL-academiejaar, campus Kortrijk, werd geopend. Na wat mindere jaren qua inschrijvingen, is opnieuw een lichte aangroei van de studentenpopulatie merkbaar: vandaag zijn er 348 eerstejaars. De trekkers zijn de faculteit Letteren, met 78, Rechten telt er 85. Dat aantal kan nog toenemen want de inschrijvingen blijven open tot halverwege oktober. In totaal gaan zevenhonderd studenten aan de campus Kortrijk studeren.

Kortrijk blijft al bij al een kleine universiteit maar heeft het voordeel een scala van onderwijsmiddelen aan te bieden. De drijfkracht van alles blijft kennisverwerving, aldus prof. Dr. Piet Vanden Abeele, die een eerste keer in zijn functie van rector in Kortrijk het woord mocht voeren. Bij die toespraak betrok hij ook zijn voorganger, uittredend rector prof. Marcel Joniau. Uit handen van Piet Vanden Abeele kreeg hij het polychrome beeld van de Alma Mater Sedes Sapentiae aangeboden.

Tijdens diezelfde zitting werd voor het eerst in de Kulak-geschiedenis een eredoctoraat uitgereikt. Op voordracht van de Kulak ging dat naar de Britse eredoctor prof. Dobson. Het eredoctoraat was ook bedoeld als een ,,teken van de wetenschappelijke verbondenheid van Marcel Joniau''.

De eigenlijke academische openingsrede werd gehouden door KUL-rector André Oosterlynck, waarna de studentenpreses Frédéric de Grave als laatste spreker zijn collega's mocht toespreken. Hij stelde dat de student van vandaag ,,té braaf is geworden en zijn kritische rol in de maatschappij niet meer durft te vervullen''. (BVC)