Koning Leopold II bracht zijn maîtresse in Oostende aanvankelijk heimelijke bezoeken. De 19-jarige Blanche Delacroix, de latere barones de Vaughan, en de toen 67-jarige koning staken 100 jaar geleden, na het overlijden van koningin Marie-Henriette op 19 september 1902, hun liefde voor elkaar niet meer weg en flaneerden openlijk door de gaanderijen.

De relatie van de koning duurde toen al ruim twee jaar. De zieke koningin had zich immers al lang teruggetrokken in Spa, waar ze heling zocht voor haar slepende ziekte. Het was een opgelegd huwelijk, een mariage de raison , waaruit Prins Leopold-Ferdinand geboren werd, die op 10-jarige leeftijd overleed. Toen al keerde de vorst zijn gezin de rug toe. Heel het land eigenlijk want er was geen verdriet toen de koningin stierf.

De Oostendenaars keken de vorst dan ook niet eens na toen hij smoorverliefd met zijn Blanche paard reed in de duinen of het Maria-Hendrikapark of flaneerde door de Venetiaanse en Koninklijke Gaanderijen. Voor de dood van de koningin was zijn geliefde ook in Oostende en nog wel heel dichtbij zijn Koninklijke Villa. De koning liet Blanche Delacroix intrekken in de Villa Caroline, het eerste huis met een ingang in de Parijsstraat, dat op heden samen met het huis op de hoek tot de residentie Koningshof geworden is.

De koning liet tussen beide verblijven een keurige onderaardse gang graven. Eens liet hij die zelfs afsluiten, toen de doodjaloerse oude koning zijn geliefde wat te vrijpostig zag. Maar dat was vlug voorbij.

Jarenlang verbleef het koppel in Oostende. Ondertussen liet de koning er zijn sporen na, op alle vlak. Een van de mooiste verwezenlijkingen zijn beslist de Venetiaanse en later de Koninklijke Gaanderijen. (YNG)