Hüseyim Yildiz (43) uit het Nederlandse Margaten werd door de Tongerse strafrechter veroordeeld tot een celstraf van drie jaar en een boete van vijfduizend euro. Hij moest zich verantwoorden voor mensenhandel, voor het toebrengen van slagen en voor het uiten bedreigingen. Ook zijn vriendin moest voor de rechter verschijnen. Zij werd veroordeeld tot een celstraf van 18 maanden, volledig met uitstel, en een boete van drieduizend euro. Beiden werden ook voor vijf jaar uit hun burgerrechten ontzet.

Van mei 1999 tot en met augustus 2001 lokte Yildiz zestien Poolse dames ons land binnen. Hij leerde hen kennen tijdens een van zijn reizen naar Polen. Daar hield hij de meisjes voor dat ze in België op legale wijze veel geld konden verdienen als ingeschreven dienster. Eenmaal hier ontvingen ze nooit enig loon en waren met niets in orde. Ze leefden in een huis dat door de vriendin van Yildiz gehuurd werd. Hij bracht hen elke avond omstreeks 20

uur naar de meedrinkzaak waar ze aan de slag moesten. Daar hield hij elke avond toezicht en deinsde er niet voor terug om geweld te gebruiken indien de meisjes niet voldoende geld in het laatje brachten. Zo had hij op zeven maanden tijd meer dan 200.000 euro omzet, en dat terwijl de meisjes nauwelijks 25

euro per week verdienden.


Verzet van meisjes
De politie had vermoedens van de gang van zaken in beide panden en organiseerde observaties. Toen die na enige tijd afgeblazen werden, meldde zich een van de meisjes op het politiekantoor. Op 1

augustus 2001 was er een escalatie geweest in de bar. De dames eisten dat de gedane betalingsbeloftes uitgevoerd werden en noemden Yildiz een bedrieger. Indien ze niet zouden uitbetaald worden, zouden ze niet verder werken. Dat schoot bij Yildiz in het verkeerde keelgat en hij verwondde een van de meisjes. Hij sloeg haar en sleurde haar met de haren over de vloer. Daarna bedreigde hij de andere meisjes.

Zowel de man als de vrouw bleef tot de laatste snik hun onschuld staande houden. De meisjes waren ,,per toeval'' in de zaak aanwezig, en waren zeker niet door hun toedoen naar België gekomen. Aan die versie van de feiten hechtte de rechter weinig geloof.

De rechtbank tilde zwaar aan de ,,uiterst laakbare en sociaal onaanvaardbare feiten''. De meisjes, een voor een afkomstig uit arme gezinnen, werden uitgebuit, terwijl Yildiz profiteerde van hun opbrengsten.

De rechter verklaarde de twee wagens waarmee Yildiz de meisjes van het huis naar de bar bracht verbeurd.