,,Ik investeerde de voorbije 31 jaar maandelijks vijftig tot zestig uur in De IJzerbode. Allemaal gratis en voor niets. Op m'n 83ste is het welletjes geweest. Ik wil het kalmer aan doen en enkel nog tijd en energie vrijmaken voor wat ik zeer graag schrijf'', vertelt Roger-A. Blondeau. Met drukkerij Schoonaert stond hij mee aan de wieg van het gratis maandblad.

  • De IJzerbode en Roger-A. Blondeau, het zijn twee handen op een buik. Maar hoe is het allemaal begonnen?
  • Drukker Marcel Schoonaert uit de Bergenstraat 28 en ikzelf zorgden vanaf 1941 voor De Sportbode, info over de lokale sportwereld. Georges Candaele (Sjors) zorgde voor de ludieke noot via sappige Vlaamse kluchten. Maar het feestje duurde niet lang: midden januari '42 verscheen het laatste nummer. De Duitse bezetter verbood het blad wegens de papierschaarste. Ik mocht aan de Duitsers zelfs gaan uitleggen waarom wij in Roesbrugge zo'n lokaal tijdschrift maakten.

  • 28 jaar later nam de zoon van Marcel, Guido, de draad weer op en verscheen het eerste exemplaar van De IJzerbode.
  • Dat nummer dateert van december 1970. Ik begon als leverancier van enkele bijdragen maar de opdracht werd steeds omvangrijker. De jongste jaren leverde ik het leeuwendeel van de kopij en verbeterde ik ook de eerste proeven en het drukwerk.

  • U schreef nooit de petites histoires van het dorp maar tekende voor historische en wetenschappelijke bijdragen.
  • De IJzerbode heeft als ondertitel ,,Informatieblad voor de diepe Westhoek met bijdragen over regionale en populaire wetenschap''. Ik schreef inderdaad een feuilleton over de geuzen in de Westhoek, maakte bijdragen over de geschiedenis van de wetenschap maar schreef ook over folklore en heemkunde. Met ,,Het briefje van de kleine man'' hekelde ik wel actuele problemen die ook Pol en Jef met de pet (zoals de twee hoofdfiguren heten) bezighouden.

  • De IJzerbode is tot op vandaag een gerespecteerd medium.
  • Het tijdschrift wordt gratis verdeeld op drieduizend exemplaren in Roesbrugge, Haringe, Proven, Krombeke, Stavele, Beveren en Watou. Daarnaast zijn er achthonderd betalende abonnementen, waaronder de Universiteit Gent en geschiedkundige afdelingen in Vlaanderen en Nederland. Ook veel oud-Westhoekers blijven geabonneerd.

  • Nu wilt u ermee stoppen.
  • Ik heb me 31 jaar lang hard ingezet. Ik ben een tachtiger, ik ben al eens een weekje ziek, het wordt steeds lastiger. Bovendien zou ik graag nog stukken schrijven voor het Tijdschrift van de Geschiedenis van de Geneeskunde. Ik kon me de jongste jaren ook steeds moeilijker verzoenen met de nieuwste evoluties in de media: steeds minder ruimte voor populair-wetenschappelijke bijdrages, steeds meer voorrang voor maatschappelijk nieuws en publiciteit.

  • Hoe moet het nu met De IJzerbode?
  • Ik hoop van harte dat het tijdschrift een nieuw elan beleeft. Er zijn gesprekken bezig om een redactieteam op poten te zetten met mensen als de pastoor van Sint-Jan-ter-Biezen, Rik Sohier, Stef Ryon enz. De IJzerbode is zoveel meer dan Roger Blondeau. Dit tijdschrift verdient een tweede leven.