De Stedelijke Musea nemen de uitbating en de inrichting van het museale gedeelte van de Onze-Lieve-Vrouwekerk over. De overeenkomst, op 31 oktober door de gemeenteraad goedgekeurd, gaat in op 1 januari 2002 en geldt voor negen jaar.

Het betrokken gedeelte bestaat uit het hoogkoor met de kooromgang en de straalkapellen. In deze zone bevinden zich de meeste kunstwerken, de praalgraven van Karel de Stoute en Maria van Bourgondië en de bidkapel van Gruuthuse. Het gaat over dezelfde ruimtes die tot nu toe door de kerkfabriek als museum werden uitgebaat. De Madonna met Kind van Michelangelo blijft dus buiten het circuit.

Binnen de Stedelijke Musea is een herstructurering aan de gang. Er wordt onder meer een Historisch Museum opgericht, dat zal bestaan uit het Gruuthusemuseum, het Archeologisch Museum en de Onze-Lieve-Vrouwekerk. De collecties worden op elkaar afgestemd.

De verzameling van de Onze-Lieve-Vrouwekerk blijft in het kerkgebouw, en kan worden aangevuld vanuit het Gruuthusemuseum en het Archeologisch Museum, die de vrijgekomen ruimte kunnen gebruiken bij hun herinrichting als deel van het nieuwe museum.

De stad streeft voor het Historisch Museum naar erkenning op landelijk niveau door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De opname van een deel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk zal hierin een sterke bijkomende troef zijn. (CG)