Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) wil een wereldcentrum worden. Tegen 2010 wordt de binnenkant van het beschermde gebouw helemaal herschikt en vernieuwd.

,,Het KMMA moet een dynamisch, maatschappijgericht en modern museum worden. De hele wereld mag weten dat wij - naast een museum - een centrum voor onderzoek en verspreiding van kennis over Afrika runnen,'' zegt directeur Guido Gryseels.

Een nieuwe logo en huisstijl, een verbetering van de website, een nieuwe gids voor de bezoekers, audiogidsen en een nieuwe onthaaldienst moeten de vernieuwing gestalte geven. ,,Daarbij krijgen we een nieuwe ruimte 'Levende Wetenschap' met om de zes maanden een nieuwe tentoonstelling over een specifiek onderzoeksonderwerp. Dat deel is al klaar en er loopt een tentoonstelling over de duizendpoot. De kosten voor renovatie bedragen zevenentwintig miljoen euro. Omdat we het museum tijdens de renovatie open houden, moeten we in fases werken. Het resultaat van de eerste fase moet in 2004 zichtbaar zijn. Het hele werk willen we tegen 2009 afronden, zodat we in april van het jaar 2010 klaar zijn om de honderdste verjaardag van het museum te vieren,'' zegt Guido Gryseels.

Daar het museum een beschermd gebouw is, wordt aan de buitenkant niet geraakt. ,,Maar dat maakt de renovatie niet makkelijker. De zij-ingang aan de kant van de Leuvensesteenweg wordt de hoofdingang, zodat de bezoekers niet meer de hele omweg naar de grote hal moeten afleggen. In die omgeving krijgen we ook toiletten en een vestiaire.''


Congostroom
,,De Congostroom wordt de rode draad van de permanente tentoonstelling. Daarop knopen we verschillende onderwerpen aan. De tussenruimtes gebruiken we, om er sommige van onze collecties tentoon te stellen,'' zegt architect en museografe Sandra Eelen. ,,De erehal wordt een rustpunt op het traject van de Kongostroom. Daar voorzien we een documentatiecentrum met computers, waarop men onze database zal kunnen raadplegen.''

De bezoekers krijgen na de vernieuwing ook toegang tot een deel van de kelderruimte. Maar het grote deel van de bijna mysterieuze keldergangen blijft gesloten voor het grote publiek. ,,Dat is nu eenmaal het principe van een museum. Je kan niet alles tentoonstellen. Om de spullen zo goed mogelijk te bewaren, willen we in de kelders een constante temperatuur en vochtigheid aanhouden en moet er zo weinig mogelijk licht zijn. Als je zo'n ruimte voor het publiek openstelt, is dat niet meer mogelijk.'' (WFH)