Jean-Pierre Kemels kreeg van de Eetwareninspectie en het Federale Voedselagentschap een positief verslag van de onderzoeken naar de kwaliteit van zijn tarwe, opgeslagen in een loods van het vroegere militaire domein in Wever.

,,Niets aan de hand ermee'', zegt de molenaar, die een proces inspant tegen de schrijvers van een anonieme brief. Kemels mag weer over de 300 ton graan beschikken. ,,Het is getest op pcb's, asbest en aantasting door mazout en vetten, die volgens de brief achterbleven op de vloer, waarop vroeger militaire voertuigen stonden. De tarwe blijkt van topkwaliteit. Niets houdt ons tegen ze naar de bloemmolens te voeren.''

De molenaar is kwaad omdat zijn imago van rechtschapenheid in het gedrang is gebracht. ,,Dank zij getuigenissen heb ik ernstige aanwijzingen van wie mij deze toer gelapt heeft, maar ik kan nog geen namen noemen. Ik wil wel kwijt dat het niet gaat om het molenaarsbedrijf Reekmans in Bunsbeek.''


Klacht
Het onafhankelijke raadslid Peter Reekmans uit Glabbeek kreeg de brief en speelde die door aan het Voedselagentschap.

Kemels gaat in het verweer. Een advocaat is aangesproken om klacht met burgerlijke partijstelling in te dienen bij het parket in Leuven. ,,Mijn eer is aangetast en het kwaliteitslabel van mijn zaak werd voor enige weken ingetrokken. Heel mijn bedrijf onderging een nieuwe kwaliteitscontrole. Dat kostte me bijna 2.200 euro.''

De molenaar begrijpt niet hoe het komt dat minister Tavernier van volksgezondheid op 24 september nog een brief schreef naar Peter Reekmans met de melding dat het onderzoek van graanmonsters in Wever nog niet was afgerond en hij bijgevolg geen informatie kon verschaffen.