Het uiterst waardevolle beeldje van Sint-Joris, dat half augustus uit de dorpskerk van Sint-Joris ten Distel (Beernem) werd ontvreemd, is terecht. Het beeldje wacht in het politiekantoor van Parijs op zijn terugkeer naar zijn thuishaven. Sint-Joris werd ontdekt na een tip van een alerte Parijse antiquair, aan wie de dieven het 15de-eeuwse, houten beeldje te koop hadden aangeboden. De federale politie vermoedt dat de diefstal het werk is van een internationale bende kunstdieven.

De bevolking van Sint-Joris kan weer opgelucht ademhalen nu het binnenkort weer haar patroonheilige in de kerk zal kunnen binnenhalen. De verslagenheid om de diefstal van het uiterst waardevolle houten beeld was groot. Het ruiterstandbeeldje dateert uit de 15de eeuw, en werd waarschijnlijk speciaal voor de kerk van Sint-Joris ten Distel gemaakt.

Het beeldje is beroemd in binnen- en buitenland wegens zijn historische waarde, en wellicht ook omdat de afgebeelde Sint-Joris de gelaatstrekken lijkt te bezitten van Karel de Stoute (+1477) op jeugdige leeftijd. Het beeldje was dan ook vaak te zien op grote exposities, ondermeer in het Brugse Gruuthuuze.

In tegenstelling tot wat gevreesd werd, vluchtten de dieven met het beeldje niet naar de Verenigde Staten, waar het nagenoeg onvindbaar zou worden, maar probeerden ze het onmiddellijk in Parijs te verzilveren. Een oplettende antiquair, aan wie Sint-Joris voor 4 miljoen frank te koop werd aangeboden, tipte de Parijse politie. Die nam het beeldje in beslag. De mannen die het te koop aanboden, naar verluidt niet de dieven zelf, werden bij hun terugkeer in Brussel bij de kraag gevat door de federale politie.


Geseind
,,Toen ik het nieuws hoorde, was ik echt ontroerd'', bekent Sint-Jorisnaar in hart en nieren, Wilfried Lauwers. ,,We wisten dit al een aantal dagen, maar mochten nog niets wereldkundig maken omdat de federale politie eerst het netwerk zou proberen op te rollen. We mogen van geluk spreken dat het beeldje internationaal geseind was, en in kunstkringen goed bekend. Dankzij de medewerking tussen verschillende musea, de federale en de Franse politie, hebben we het kunnen opsporen.''

Nog volgens Lauwers zou het beeldje wel schade geleden hebben door de diefstal. ,,Het was haast onmogelijk om het beeld uit zijn nis in de kerk te halen zonder het te beschadigen, zeker wanneer je, zoals de dieven, gehaast bent. Naar ik vernomen heb is het inderdaad beschadigd. Daarom zullen we, wanneer we het in Parijs op gaan halen, onmiddellijk een restaurateur meenemen om de schade op te meten.''

Het lijkt in elk geval de bedoeling om het beeldje eerst te laten restaureren en het pas daarna op zijn vertrouwde plaats in de kerk terug te plaatsen.