Het startschot voor de Week van Vervoering kreeg ook weerklank in Roeselare. De lokale Fietsersbond hield een experiment met ,,een positief imago'' voor het fietsgebruik. ,,Voor en keer kwamen wij niet met een uitgebreid dossier over het plaatselijke fietsbeleid aandraven. Wij wilden bewust het geweten van de Roeselarenaars prikkelen ter promotie van de fiets als volwaardig vervoermiddel'', argumenteerden de initiatiefnemers.

De Fietsersbond organiseerde een wedstrijd die effectief controleerde hoe efficiënt een fiets als vervoermiddel is om boodschappen te doen op een zaterdagnamiddag in het centrum. Zes personen namen aan de proef deel. Na loting kregen BGJG-medewerker Dirk Vandewalle en Gina Pype van de Werkgroep Emancipatiebeleid elk een fiets ter beschikking. Voorzitter Karel Debrouwere van de jeugraad en leerkracht Veroniek Vanneste van Lenteland mochten in een wagen stappen. Voorzitter Jean-Pierre Vyncke van de milieuraad en Rita Joncheere van het Roeselaarse Verkeerspedagogisch Instituut gingen met het openbaar vervoer op pad.

Ze vertrokken allemaal om 14.15 uur aan het Kerelsplein en moesten op enkele adressen in het stadscentrum boodschappen doen. Op het uitgetekend traject naar de stationsbuurt en terug moesten de zes deelnemers rekening houden met twee voorwaarden: de verkeersregels respecteren en heel natuurlijk winkelen, de boodschappen doen zoals men het gewoon is.

De twee fietsers waren samen om 14.55 uur terug op de afspraak. Automobilist Karel Debrouwere arriveerde om 15.15 uur aan het Kerelsplein. Veroniek Vanneste strandde vijf minuten later met haar wagen. De gebruikers van het openbaar vervoer waren om 15.28 uur terug.

,,Wij namen de proef op de som en stelden vast dat de fiets een volwaardig alternatief is om boodschappen te doen in de stad. Al te graag grijpt men terug naar de auto. Met de fiets gaat het vlugger én milieuvriendelijker. Onze actie wou die boodschap'', besluit Filiep Bouckenooghe van de Fietsersbond. (HWR)