Theofiel DE GROOTE was gisternamiddag zichtbaar aangedaan door de lovende woorden van de leden van de onderzoeksraad voor zeevaart in Oostende nadat hij na 43 jaar als bijzitter in die raad vertrok. Theofiel De Groote (86) heeft al die jaren gepoogd de zeelui te wijzen op de gevaren, vaak veroorzaakt door hun eigen onverantwoordelijkheid. Dikwijls ook door die risico's die hij zelf nam, toen zijn Heist.42 in de hel van Duinkerke in juni 1940 mee de Britten en drenkelingen evacueerde, of door het ongeluk dat hem zelf overkwam toen zijn been na een stranding verbrijzeld werd.

Het nam Theofiel de Groote naar eigen zeggen heel wat moeite dat ontslag uit de onderzoeksraad te nemen. Meer dan 1.400 uitspraken passeerden hem in al die jaren.

,,Theofiel werd geboren op 3 juli 1915 in Heyst aan zee. Heyst werd nog met een 'y' geschreven. Eind 1926 trok hij naar de Ibis-school om er de vissersstiel aan te leren. Hij werd leerling-schipper en was als 18-jarige de jongste schipper ooit'', beschrijft rijkscommissaris Carly. ,,In 1937 werd hij schipper-reder van zijn eigen Heist.42 Pharailde. Daarmee heeft hij het zoete, maar ook het zure leven van de zee geproefd. Na amper acht maanden werd het vaartuig zwaar aangevaren in de haven van Zeebrugge. Het andere schip was aansprakelijk, maar niet verzekerd. Theofiel mocht zelf de toen reusachtige som van 80.000 frank betalen en tien weken aan de kade blijven.''


Drenkelingen
Theofiel De Groote wordt niet graag herinnerd aan de oorlog, maar is de laatste die als schipper van een Belgisch vaartuig kan getuigen van de hel van Duinkerke, waar hij deelnam aan de evacuatie van het Brits expeditieleger.

Met 27 mensen aan boord was de Pharailde uit Zeebrugge vertrokken. De families en zijn vrouw moesten in St-Vaast van boord om 500 broden en tien ton munitie naar Duinkerke te brengen. Hij leidde het vlaggenschip van die vloot, die op 2 juni 1940 Duinkerke bereikte.

Na het lossen werden 39 soldaten aan boord van zijn vissersvaartuig geplaatst. Eens op zee pikte hij nog 89 drenkelingen op van een gekelderd koopvaardijschip en voer naar Ramsgate.

Voor hij in 1944 met het eerste konvooi het pas bevrijde Antwerpen bereikte, viste hij vanuit Newlyn.

Na de oorlog waren er nog tegenslagen. Op 14 februari 1951 verging de Pharailde, die inmiddels hernummerd was tot Z.508, op een golfbreker in Knokke. In de potdichte mist werden de boeien voor Zeebrugge verward. De Groote bleef met zijn bemanning aan boord, maar toen het redden van het schip onmogelijk bleek en ze op een reddingsboot sprongen werd zijn rechterbeen verbrijzeld en later geamputeerd. Daardoor kwam een vroegtijdig einde aan zijn schipperscarrière. Nadien voer hij nog een aantal reizen op zijn nieuw vaartuig Z.542 Angelus en bleef nadien alleen nog reder van de Z.572 Tornado.

,,18 jaar schiller, 33 jaar reder en 43 jaar bijzitter in de onderzoeksraad: in die drie functies heeft Theofiel blijk gegeven van doorzettingsvermogen en vooral plichtsbesef, zodat hij zeker kan dienen als voorbeeld voor al diegenen die in de zeevisserij actief zijn'', aldus nog rijkscommissaris Carly.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig