Taal en communicatie blijven in het zorgaanbod in Brussel een belangrijk element. Meer dan dat: ze vormen een pijnpunt. Een greep uit de meest opvallende en relevante vaststellingen.

  • Het Brussels Gewest telt een overaanbod aan huisartsen , dubbel zo veel als Vlaanderen en anderhalve keer zo veel als Wallonië.
  • Globaal vertegenwoordigen Brusselaars 2/3 van de opnames in Brusselse ziekenhuizen, inwoners van Vlaanderen 18 % en Walen 17 %.
  • Nederlandstalige artsen vertegenwoordigen met moeite 10 % van de huisartsen. Er zijn meer dan 1.200 huisartsen met een praktijk. Bij de Vlaamse Wachtdienst Brussel zijn de afgelopen jaren maar iets meer dan 100 tweetalige (Nederlandstalige) huisartsen met een praktijk bekend. In sommige van de 19 Brusselse gemeenten is nauwelijks een Vlaamse huisarts gevestigd. In de meeste van de 19 gemeenten kwamen er de voorbije vijf jaren geen bij. En de Vlaamse huisartsenpopulatie veroudert.
  • In bepaalde sectoren is er een schrijnend tekort aan Nederlandstalige dokters : in het noordwesten zijn ze vrij goed vertegenwoordigd, in het zuidoosten slecht.
  • Daarentegen wordt het aantal Nederlandstalige patiënten in Brussel geschat op 30 %.
  • In de openbare ziekenhuizen is slechts één dokter op tien Nederlandstalig.
  • De Nederlandsonkundigheid van personeel zorgt voor communicatieproblemen. Deze blijven niet beperkt tot arts en patiënt, waarschuwt Pro Medicis, een vereniging die streeft naar een tweetalig zorgaanbod in Brussel. Want ,,zo dient de samenleving grotendeels voor deze vermijdbare kosten op te draaien. Kosten die flink kunnen oplopen wanneer blijkt dat de patiënt schade heeft geleden als gevolg van een foutieve behandeling of een verkeerde interpretatie van het advies van de arts. Het is in ieders belang dat men in de gezondheidszorg alles kan uitleggen en dat men begrepen, behandeld en begeleid wordt in zijn taal. Patiënten hebben in het Brusselse het recht om in hun eigen taal aangesproken en verzorgd te worden.''
  • (CVS)