Een foorreiziger en een verpleegster uit Brugge zijn door de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) van Bergen naar het hof van assisen van Henegouwen verwezen voor de passionele moord op een Turkse studente. Meester Luc Martens neemt het niet dat ook zijn cliënte, de 26-jarige verpleegster Barbara D., binnen enkele maanden voor assisen moet verschijnen en overweegt tegen die verwijzing in cassatie te gaan.

Op 16 juni 2000 werd de 17-jarige studente Bora Ergur, een allochtone met Turkse roots, dood in haar woning in Doornik aangetroffen. Ze was gewurgd met een elektriciteitsdraad en met een mes de keel overgesneden.

De volgende dag werd de Brugse foorreiziger Peter Beke (29) van zijn bed gelicht in een flat in de Smedenstraat. Hij had met zijn ex-vriendin Ergur ruzie gemaakt en bij een vechtpartij had hij haar ,,per ongeluk'' gedood, zo bekende hij.

Twee weken nadien werd ook Barbara D., de vriendin van Beke, aangehouden. Haar advocaat wist haar na veertien dagen vrij te krijgen. De raadkamer van Bergen stelde haar buiten vervolging en sindsdien is ze vrij. De familie van het slachtoffer ging echter in beroep en vorige week verwees de KI ook Barbara D. naar het assisenhof.

De KI beschouwt de verpleegster als de opdrachtgeefster voor de moord, maar Barbara D. blijft erbij dat ze niet op de hoogte was van de vermeende moordplannen van haar vriend. Wel vroeg ze haar vriend om haar katje, dat hij aan Bora Ergur had geschonken, terug te halen. Omdat hij geen geld had, kocht ze hem een retour-treinticket Brugge-Doornik. ,,De dag van de feiten was zij op haar werk in een Brugs ziekenhuis'', onderstreept meester Martens, die ten stelligste ontkent dat zijn cliënte de dader instructies gaf voor de moord. Peter Beke beweert overigens dat hij in een vlaag van woede handelde en dus evenmin van moord kan worden beticht. (CG)