Zowel het Wichelse gemeentebestuur als het kerkbestuur van Schellebelle zijn onwetend over de preciese situatie van de voormalige onderpastorij van Schellebelle. Daardoor wordt het maandelijks huurgeld ten onrechte betaald aan het kerkbestuur. Dat poneert Eric Van Hauwermeiren, tussen 1986 en 1995 huurder van de bewuste onderpastorij op het Schellebelse dorpsplein.

Voor het pand betaalde het gezin Van Hauwermeiren maandelijks huur aan het kerkbestuur Sint-Jans Onthoofding van Schellebelle. De eigenaar en verhuurder, dacht Eric Van Hauwermeiren. Tot hij, uit pure interesse voor lokale geschiedenis én als lid van de plaatselijke heemkundige kring, op een document stootte waaruit blijkt dat het kerkbestuur helemaal niet over de eigendomstitel van de onderpastorij beschikt.

,,Het gebouw is steeds eigendom van de gemeente geweest en gebleven. Het kerkbestuur kreeg in 1899 enkel de erfpacht voor 99 jaar. Dus in 1998 verstreek dat recht en werd de woning weer de volledige eigendom van de gemeente. Enkel het gemeentebestuur is de wettelijke verhuurder'', houdt Eric Van Hauwermeiren voor.


Vergoeding
,,Ik wil met dit voorval aantonen dat het voor een gemeentebestuur belangrijk is een degelijk archief bij te houden. Met de heemkundige kring onderstrepen we dit keer op keer.''

In 1889 stond op de plaats van de huidige onderpastorij een oud gebouw dat werd gesloopt. Na de afbraak in februari 1899 vroeg en kreeg de toenmalige pastoor Emile De Ridder van burgemeester Achille D'Hollander een deel van de pastorijtuin in erfpacht. Men trok er een onderpastorij op met geld en schenkingen van weldoeners.

,,De gemeenteraad besliste dat het kerkbestuur de tuingrond met een oppervlakte van 2,50 are in erfpacht kreeg. Jaarlijks diende hiervoor een pachtvergoeding betaald. Een verplichting die in de loop der jaren ook al in de vergetelheid raakte'', stelt Van Hauwermeiren.

Toen de laatste onderpastoor Schellebelle verliet, werd de woning door het kerkbestuur verhuurd aan particulieren. In 1998 verstreek de cijnspacht die iedereen reeds lang was vergeten en werd de grond en het gebouw weer volle eigendom van de gemeente. Deze moet enkel, contractueel verplicht, één derde van de staande en één derde van de liggende waarde, aan het kerkbestuur vergoeden. ,,Maar noch het gemeentebestuur, noch het kerkbestuur blijkt dit gegeven nog te weten. Het is dan ook reeds 104 jaar geleden. Het kerkbestuur waant zich ten onrechte eigenaar en verhuurder van het gebouw. Het is van belang dat de betrokkenen zich buigen over deze zaak en dat de onderpastorij weer de volle eigendom van de gemeente wordt'', zegt Eric Van Hauwermeiren.