De heemkring Bodegemse culturele werkgemeenschap (BKW) organiseert dit weekend in Solleveld een kunst- en fototentoonstelling. Onderwerp van de foto's is de hoppeteelt in Bodegem in de personen van Jean de Wael en zijn moeder Irène De Brueker, de laatste Bodegemse hoppeboeren.

Eens waren hoppestaken in onze contreien een onderdeel van het landschap, maar tegenwoordig zijn ze dun gezaaid. Wie van Bodegem naar Ternat rijdt, ziet echter nog altijd de fiere staken. Daar brengt Jean De Wael zijn vrije tijd door.

,,Het is een hobby, het is goed tegen de stress op het werk. Als de hoppe moet geplukt worden in september, neem ik vakantie'', vertelt hij.

Want hop telen is arbeidsintensief. De typische ranken klimmen niet zomaar vanzelf naar boven. ,,Ge moet het graag doen of ge houdt het niet vol'', zegt Irène De Brueker, de moeder van Jean De Wael. Ze zit al jaren in de stiel. ,,Toen we hier pas kwamen wonen vroeg mijn buurvrouw altijd: maar wat doet ge toch altijd tussen die hop? En mijn schoonvader zei: een boer die geen hop heeft, heeft geen werk'', vertelt ze lachend.

Het begint allemaal in de lente, als de hoppescheuten beginnen te groeien. ,,Die scheuten worden geoogst, er is veel vraag naar in restaurants en aan elke staak moet een viertal scheuten uitgroeien tot ranken. Die moet je voortdurend aanbinden en dat is allemaal handwerk'', beschrijft De Wael.


Weer moet
meezitten

Als het weer meezit kan een hopperank tot tien centimeter per dag groeien en dan moet de hoppeboer zich reppen om alle ranken langs de staken en draden te leiden. ,,Als er veel wind is, komen de ranken los. Je moet ze dan opnieuw rond de draden krijgen. Niet door op een ladder te kruipen want dat hou je niet vol, maar met een bamboestokje met bovenaan een wig. Het vereist wel wat handigheid. En je moet voortdurend uitkijken voor schimmel, plaag, rode spin of bladluizen. Een van die vier is genoeg om je hele oogst te vernielen'', zegt De Wael.

De oogstperiode voor de hop is september, dan wordt alle hens aan dek geroepen om de bellen te plukken. De hele rank wordt afgesneden en de bellen worden er machinaal afgehaald. De bladeren en ranken worden tot compost vermalen en aan de voet van de staken gelegd om het volgend jaar voor mooie scheuten te zorgen.

,,Maar je moet er wel flink wat aarde overploegen, anders komen de vogels in die compost naar pieren zoeken en als er lucht aan de scheuten komt, worden ze rood in plaats van wit. Ze smaken dan wel even lekker, maar het is geen zicht en de mensen eten met hun ogen'', vertelt De Wael.

De groene hoppebellen worden gedroogd in een ast en gaan dan naar de brouwerij om daar het bier zijn typische smaak te geven.