Als er ooit een prijs voor de Ultieme Vrijwilligers wordt uitgereikt, dan zal de nominatie van het gezin van Aline Vermeiren en Marcel Goetvinck er eentje zijn die kan tellen. Zelf zullen ze die openingszin al fel overdreven vinden, maar al wie in Affligem en ver daarbuiten met sociaal werk begaan is, zal beamen dat het diepchristelijk maatschappelijk engagement van dit eenvoudig arbeidersgezin velen tot voorbeeld mag strekken.

De Bond Zonder Naam, de Helpende Hand (de vlucht- en opvanghuizen van pater Bral), SPES (de Stem van de Hoop), Wereldmissiehulp, ziekenzorg en ziekenvakanties, het Affligems Roemeniëcomité, de tehuizen van de Valier (Liedekerke), Foster Parents. Hebt u nog even? Want met een volledig curriculum van de projecten en organisaties waarvoor Aline, Marcel en hun dochter Tina zich belangeloos inzetten is makkelijk een katern gevuld.

Noem een parochiefeestje en Aline en Marcel zijn er bij. ,,Ze komen ons zelfs niet meer vragen of we meehelpen. Jullie staan toch automatisch op de lijst , zeggen ze dan'', grapt Aline. Ook de pas afgestudeerde dochter Tina kreeg het sociaal engagement met de moedermelk mee. Waar ze kan, helpt ze bij de tijdrovende goede werken van haar jonggepensioneerde ouders.

Voor Marcel hoeft dat allemaal niet in de krant (,,daar doen we het niet voor''), maar Aline vindt de artikelenreeks over het 'jaar van de Vrijwilliger' wel een goed idee. ,,Ik vind het zo jammer dat zoveel jonggepensioneerde mensen zich alleen maar vervelen, geen enkele zin aan hun leven geven op een moment dat ze nog de kracht hebben. Terwijl er zoveel goede werken zijn waar helpende handen welkom zijn. Werken waar je elke eenvoudige bijdrage dubbel terug krijgt in de vorm van vriendschap en dankbaarheid, die je innerlijke vreugde bezorgen.''


Vooruit
,,Sinds mijn pensioen is vrijwilligerswerk een fulltime job'', ratelt Aline verder. ,,Zowel mijn man als ik zijn daar hele dagen mee bezig. Het is een hobby geworden en het eigen werk blijft er meer dan eens voor staan. Toen hij op zijn 57ste op brugpensioen ging heb ik Marcel aangespoord om zich voor de ziekenzorg en de begeleiding van ziekenvakanties in te zetten. Ge zijt nog zo jong , zei ik. Nu laat hij alles staan om zieke mensen te helpen. Ziekenbezoeken, bedevaarten, het Paasfeest, zieken naar de kliniek voeren. Daar komt heel veel bij kijken, hoor.''

,,Het was monseigneur Cardijn, de bezieler van de KAJ die in de vroege jaren vijftig een echte omwenteling in mijn leven bracht. Zien, oordelen en handelen , was zijn leuze. Op de middelbare school was ik nog een kruidje-roer-me-niet , maar dankzij de studieweken en de gewestelijke vergaderingen, waar hij ons kwam toespreken, bloeide ik helemaal open. Aan Cardijn heb ik alles te danken. Leer voor uzelf opkomen, laat u niet kleineren . Zoals hij de arbeidersjeugd vertrouwen inpraatte, dat zal ik nooit vergeten. Als hij afsloot dan was dat met En nu vooruit . Dat was zijn woord.''


Babbel
,,Ach, ik begrijp soms ook niet hoe ik het volhoud. 't Is de Vriend Hierboven die ons helpt. We zijn een heel gelovig gezin. Als we ergens niet kunnen helpen, omdat we zelf het materiaal niet hebben of vinden, dan richten we ons tot Hem. En ja, het gebeurt dikwijls dat het dan binnen de week toch nog in orde komt. Ik heb dat al vaak ondervonden. Als ik het echt niet meer weet, dan helpt Hij mij.''

,,Dat er toch niet meer mensen zijn zoals gij , dat zeggen sommige ouderen wel eens. Er is veel eenzaamheid onder de oude mensen. Die beleven zoveel plezier aan een gewoon bezoekje, een goeie babbel. De deur staat hier altijd voor iedereen open. Ik zal zo lang mogelijk proberen te doen wat ik doe, hopelijk nog vele jaren. De dag dat ik de mensen niet meer kan helpen, ga ik kapot, vrees ik. Ik hoop nooit afhankelijk te zijn van anderen.''

,,Maar'', besluit ze filosofisch, ,,daar zullen wij niet over beschikken.''