De eerste week na haar terugkeer uit de Robinson-jungle durfde Pascale bijna niets te eten. ,,Ik was zeven kilo afgevallen. Thuis at ik in het begin alleen een blaadje sla, een stukje tomaat en wat brood. Ik was zo bang om ziek te worden.''

,,Voor mijn ma was dat wel erg. Bij mijn thuiskomst had ze lekker vers brood gebakken, maar ik durfde er niet van te eten'', verontschuldigt Pascale zich. ,,Na een week veranderde dat. Toen begon ik te graaien. Friet met mayonaise, pickles-chips, taart met slagroom, ik kreeg er niet genoeg van. Ik reed zelfs speciaal naar het dorp om een doos pralines te gaan halen. Na drie weken was ik tien kilo bijgekomen.''

De eerste dagen stond de mond van Pascale geen seconde stil. ,,Drie dagen aan een stuk ben ik aan het vertellen geweest tegen mijn vriend Marcel. Overdag, 's nachts, altijd was ik maar aan het praten. Ik sprong van de hak op de tak. Ratel, ratel, ratel. Geen speld tussen te krijgen.''


Vier muren
Om de overgang naar de bewoonde wereld minder bruusk te maken, zat ze ook de hele dag buiten op het terras. ,,Binnen, tussen die vier muren, kon ik het niet uithouden.''

Soms waande Pascale zich zelfs nog op het Robinsoneiland. ,,Op een keer werd ik 's nachts wakker omdat ik iemand hoorde snurken. Ik dacht dat ik nog naast Richard lag. (Lacht) Het duurde een tijd vooraleer ik doorhad dat Marcel de snurker was, en niet Richard.''

Ook om de uitslag van het spel wond Pascale geen doekjes. ,,Ik heb alles verklapt aan Marcel, maar ook aan mijn zussen en mijn ouders. Maar zij waren de enigen die het wisten. Ik heb het er nooit moeilijk mee gehad om te zwijgen. Ik vond het zelfs plezant, vooral op het werk, waar mijn collega's elke week een pronostiek hielden over de afvaller.'' (EMA)