De bewoners van het asielcentrum in Arendonk mogen niet meer vrij met hun fiets naar het dorp rijden. Eerst moeten ze een test afleggen bij Frans Slegers (63) uit de Neerstraat in Arendonk om te laten zien of ze wel echt kunnen fietsen. Pas wanneer Frans een ,,rijbewijs'' aflevert, mogen ze de straat op.

De voorbije maanden trokken de buurtbewoners aan de Grens in Arendonk hun ogen meermaals wijd open wanneer ze een asielzoeker zagen passeren op de drukke gewestweg Reusel-Arendonk voor hun deur. Eén keer fietste er zelfs iemand doodleuk in het midden van de weg. De brave man dacht dat hij de witte streep moest volgen. Anderen weten niet aan welke kant van de weg ze moeten rijden, waarvoor een bel dient of hoe ze hun licht moeten opzetten.

Hedwig Van Roost, directrice van het asielcentrum, vindt dat niet lachwekkend. ,,Sommige van onze mensen komen uit een land, waar er helemaal geen auto's door de straat rijden'', zegt Van Roost. ,,Ze zijn het gewoon om op hun gemak in het midden van de weg te fietsen. Ook de zin van een fietsbel is niet bij iedereen bekend. Zo kwam een buurtbewoonster ons vertellen dat enkele asielzoekers met z'n drieën naast elkaar fietsten. Toen de vrouw hun verzocht aan de kant te gaan en belde, staken de drie heel enthousiast hun hand op. Ze weten gewoon niet wat het betekent wanneer iemand belt.''

De druppel die de emmer deed overlopen, was een aanrijding van een minder getalenteerde fietser die onderweg een koprol maakte en werd aangereden door een voorbijrijdende auto. De onfortuinlijke kandidaat-vluchteling liep enkele kneuzingen op en werd overgebracht naar het ziekenhuis.


Fietsinstructeur
Sinds kort werkt de gepensioneerde Arendonkenaar Frans Slegers als vrijwillige fietsinstructeur in het asielcentrum. Tweemaal per week introduceert hij de kandidaat-fietsers in de wondere wereld van de zelftrapperij . ,,Ik leg ze de belangrijkste verkeersregels uit en toon ze aan welke kant van de weg ze moeten rijden'', zegt Frans. ,,Vaak doe ik dat met gebarentaal, want een Kosovaar of een Tsjetsjeen verstaat meestal geen Nederlands. Ook laat ik ze een slalomparcours afleggen tussen enkele plastieken bussen. Pas wanneer ik zie dat ze voldoende stuurvast zijn, geef ik een papiertje mee waarin ik bevestig dat ze met de fiets buiten mogen.''

Met de geslaagden maakt Frans achteraf een initiatierit door het dorp. ,,Eigenlijk maak ik ze gewoon wat wegwijs in Arendonk. Ik rij ermee langs de scholen, het zwembad, de politie, het postkantoor en de Aldi. We wandelen samen even door de winkel en keren terug. Dat is alles.''