In een brief aan de federale en Vlaamse landbouwministers Neyts en Dua dringen provinciegouverneur Breyne, gedeputeerde Gabriël Kindt en de burgemeesters van Brugge (Patrick Moenaert), Oostende (Jean Van de Casteele) en Nieuwpoort (Roland Crabbe) aan, op gunstiger visquota voor de Belgische visserijsector in 2002.

Op een bijeenkomst over knelpunten in de visserij op 11 december kregen vertegenwoordigers van Brugge, Oostende en Nieuwpoort en van de drie visveilingen verontrustende Europese visquota onder de neus geduwd. ,,We begrijpen de bezorgdheid van de Europese Commissie over het sterk teruggelopen bestand aan kabeljauw en heek. Maar we kunnen ons moeilijk verzoenen met de lagere visquota die ook voor tong worden opgelegd in de Noordzee (-25 procent) en de Ierse Zee (ook -25 procent). Ook de vangst van schol moet met een kwart verminderen. En voor tarbot, griet, schar en bot, de zogezegde geassocieerde vissoorten, wordt een gevoelige vermindering van de visquota voorgesteld,'' zo protesteren de briefschrijvers.

,,Wij vinden dat overdreven. Op kabeljauw en heek na, zijn al de vermelde vissoorten rijkelijk aanwezig. Het ligt voor de hand dat de nieuwe visquota kunstmatig laag zijn gehouden om de inspanningen van de vissers in de Noordzee en de Ierse Zee te beperken ten voordele van de herstelplannen voor kabeljauw en heek.''


Zwarte markt
De gouverneur en zijn medeondertekenaars vrezen dat de vissers door de nieuwe quota voor een dilemma zullen komen te staan: ofwel zullen ze deze waardevolle vissoorten teruggooien ofwel zullen ze de vis ongeregistreerd aan land brengen op de zwarte markt.

,,We vragen de ministers Neyts en Dua om onze grote bezorgdheid en die van de visserijsector op de ministerraad van 17 en 18 december bekend te maken en de definitieve beslissing over de toekenning van de visquota toch nog ten goede te willen keren,'' aldus de briefschrijvers.