Wolfgang V., bedrijfsleider van het in 1993 failliet verklaarde bouwbedrijf Biowood, zijn echtgenote Martine C., lid van de raad van beheer Lieven P. uit Menen en Jozef D. uit Affligem stonden voor de correctionele rechtbank in Kortrijk terecht voor bedrieglijk faillissement.

Het parket vraagt slechts één maand cel voor hoofdverantwoordelijken V. en P. De verdediging vraagt ,,eenvoudige schuldverklaring'' omdat het tien jaar duurde voor de zaak voor de rechtbank kwam. Als de rechtbank dat toestaat, komen er geen straffen.

Op 7 januari 1993 sprak de rechtbank van koophandel het faillissement uit van de NV Biowood uit Stasegem. Er startte een onderzoek omdat klanten melding maakten van betaalde facturen voor werken die niet volledig uitgevoerd waren. Volgens de drie burgerlijke partijen was het bedrijf al een paar jaar virtueel failliet. Er zouden in 1992 facturen uitgeschreven zijn voor werken die nooit plaatsvonden. Het parket beschuldigt de bedrijfsleiding o.m. van bedrieglijk bankroet, inbreuken op de bouw- en BTW-wetgeving. Wolfgang V. wordt zelfs beticht van oplichting.


Verjaring
Meestal gaat het om kleine bedragen. Advocaat Honoré, die het opneemt voor Wolfgang V. en Lieven P., haalt de verjaring van heel wat betichtingen aan. ,,De zaak moet in zijn economische context gezien worden. Biowood bouwde voor dezelfde prijs als klassieke bouwondernemingen en prefabbedrijven maar leverde elke keer een unieke woning af. Het was moeilijk overleven met een beperkte winstmarge. Iedereen weet dat er in de bouw al eens met zwart geld gewerkt wordt. Het zijn de bouwheren zelf die de aannemer vragen wat in het zwart betaald kan worden.''

,,Dat geld werd onder meer gebruikt om de werknemers te motiveren opdat ze ook op zaterdag in de vroege uurtjes zouden werken. Men vergeet dat er tussen 1990 en 1993 voor 95 miljoen vers kapitaal ingebracht werd'', pleitte de advocaat.

Hij merkte op dat er sinds 1996 geen enkele onderzoeksdaad gesteld werd en dat er net één maand voor de verjaring van de meeste betichtingen een rechtszaak volgt. De rechtbank houdt de uitspraak in beraad.