Het is wreed, 's morgens nog samen plezier maken en nu moet ik hen hier op straat achterlaten.'' Arnoud Raskin kijkt mistroostig voor zich uit wanneer een moeder met haar zoon onder de blote hemel de slaap probeert te vatten. Het leven in de krottenbuurten van Guatemala City is wreed, onmenselijk hard. Arnoud is de miserie en ellende intussen al gewoon, en toch doen dergelijke taferelen hem pijn.

Hoewel Arnoud Raskin, van beroep onderwijzer, met zijn mobiele school de straatkinderen wil leren lezen en schrijven, relativeert hij het alfabetiseringswerk is. Een wondermiddel is het zeker niet.

,,Van alle kinderen die van de straat af willen, schat ik dat 90 procent terug op straat belandt. De straat werkt op hen in als een soort magneet. Ze willen wel van de straat af, maar het lukt niet. De straat is sterker dan zijzelf. Wij willen met de school de kinderen bewuster maken, hun zelfvertrouwen verhogen, de persoonlijke ontwikkeling stimuleren, het negatieve zelfbeeld doorbreken. Zo hopen we het percentage dat van de straat blijft, te verhogen. Dat is nog belangrijker dan de alfabetisatie op zich.''

's Voormiddags trekken we met de school naar het park El Amate, traditioneel een buurt waar veel schoenpoetsertjes actief zijn.

Even later komt Estuardo (16) opdagen. Hij is voor Arnoud geen onbekende: ,,Gisteren hebben we hem nog naar de dokter gebracht. Hij at al twee dagen niet meer. Hij is al vaker bij de school opgedoken, maar bleef altijd op een afstand. Twaalf jaar leeft hij al op straat, sinds zijn vierde. En al die tijd heeft hij alleen overleefd, want Estuardo is een van de weinige straatkinderen die niet tot een bende behoort.''

Estuardo snuift aan zijn solvente (verfverdunner) en begint de getallen van 1 tot 100 op het bord te schrijven. Uiteindelijk volgt hij de hele voormiddag les.


Intelligent
De kinderen komen met mondjesmaat toe. ,,Ze kunnen de woorden eigenlijk niet lezen, ze vergelijken de letters gewoon. Zie je wel dat je kan lezen, wat doet zo'n slimme gast nog op straat? Jij bent daar veel te intelligent voor '', stimuleert Arnoud zijn leerlingen.

Aan het einde van de middag zijn er 12 kinderen langsgekomen. Arnoud is tevreden: ,,Met de school kan je veel meer kinderen bereiken dan bijvoorbeeld met een rugzak vol didactisch materiaal, de oude methode. Daarmee kan je maximum met 3 of 4 kinderen werken. Nu hebben we twee uur met 12 kinderen gewerkt.''

Als buitenstaander bekruipt de vraag hoe zij op straat terecht zijn gekomen. En waarom ze in die miserabele toestand blijven leven? Er zijn toch organisaties en plaatsen genoeg waar ze terechtkunnen?

Arnoud: ,,De meesten zijn thuis weggelopen omdat ze geslagen of mishandeld werden. Of ze zijn door hun ouders achtergelaten. Sommigen zijn op straat geboren, hebben nooit iets anders gekend. Ze blijven op straat omdat ze dat gewoon zijn. Zij hebben zich in de cruciale jaren van hun leven een bijzondere levensstijl eigen gemaakt. Daar valt later nog moeilijk wat aan te veranderen. Het is een leven zonder planning. Wij nemen een trui mee als we denken dat het koud gaat worden. Zij zoeken een trui als het al koud is.''

Dat verklaart volgens Arnoud waarom zo weinig kinderen in de tehuizen blijven. Daar moeten ze volgens structuren leven: zo laat opstaan, zo laat eten, zo laat gaan slapen.

,,Ontwikkelingshelpers die de kinderen van straat gaan halen en een zacht warm bed en een gezonde maaltijd aanbieden, falen gegarandeerd. Je moet eerst hun levenswijze begrijpen.''

Hun gebrek aan structuur is volgens Arnoud ook te wijten aan het drugsgebruik. ,,Ze slapen op straat in de kou, in de wind, in de tocht. Met solvente en andere drugs vergeet je de kou en de miserie van die dag.''

,,Ik weet ook wel dat straatkinderen de mensen bestelen, hun behoefte doen in de portieken van buurtbewoners en voor overlast zorgen. Maar daarmee zijn we terug bij het zelfrespect. We moeten ervoor zorgen dat ze zichzelf terug graag zien, dat ze opnieuw zorg dragen voor hun eigen lichaam. Dan pas kun je van hun vragen dat ze hun omgeving opnieuw respecteren. Dan pas kan je gaan denken aan een normaal leven voor zo'n kind.''

Wanneer we 's avonds door de donkere straten van Guatemala wandelen, wordt duidelijk dat het werk van Arnoud geen uren kent. We worden lastig gevallen door een groep jongeren. Ze zijn uit op ons geld.

Arnoud kalmeert de gemoederen: ,,Het zijn jongeren uit Honduras. Ze zijn een maand geleden uit de Verenigde Staten gezet en zijn op weg naar huis, maar hun geld is op. Ik geef nooit geld. Als ik ieder kind geld zou geven dat erom vraagt, kan ik zelf op straat gaan leven. Ik heb hun wel het adres gegeven van Casa Alianza. Ze gaan morgen langskomen. Dan zien we wel wat we kunnen doen.''

's Anderendaags komen we Luis tegen. Hij heeft zware brandvlekken in zijn hals en op zijn hand. Luis vertelt hoe iemand zijn solvente had afgepakt, over hem uitgegooid en hem een lucifer toesmeet.


Politie
Arnoud: ,,Dit is een tactiek die de politie nog al eens toepast. Die gaan soms bijzonder wreed tekeer tegen de kinderen. En dan denken ze dat ze daarmee de kinderen uit de straat houden? Laat mij niet lachen.''

Luis moet zijn flesje solvente afgeven voor we hem naar een tehuis kunnen brengen. Twee andere straatkinderen zijn Arnoud te snel af en zetten het op een lopen met het flesje.

Arnoud gaat erachteraan en roept de jongeren toe dat ze van hem en van Casa Alianza niets meer moeten verwachten als ze niet terugkomen. Ze verdwijnen. Wij bekommeren ons om Luis, tot Ricardo er terug staat. Met het flesje. Hij geeft het af aan Arnoud.

's Avonds vertelt Arnoud dat hij blij was de strijd te hebben gewonnen van Ricardo. ,,Hij is een van de erge gevallen. En hoe je ook draait of keert, je moet hun respect weten te behouden door je sterk te tonen. Zij weten ook wat Casa Alianza voor hen kan betekenen.''

Morgen kan er een dokter langskomen voor Luis. Het jongetje vergaat van de pijn, maar vergeet ons niet te bedanken.