Kardinaal Cardijn drukte een stempel op Brussel. Niet alleen omdat hij er geboren is en zijn graf in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken ligt. Maar ook omdat hij ingreep in en veranderingen teweegbracht in het stedelijke weefsel en de sociale verhoudingen.

Jozef Cardijn (1882-1967) blijft een begrip, ook 33 jaar na zijn overlijden. Zijn geest en idealen overleven. Wie hem kende, vergeet vooral zijn bezielende kracht niet, zijn wervend retorisch vermogen, zijn magische stem. Hij sprak veel in slogans. Tegenover zijn toehoorders schroomde hij zich niet om uit te roepen: ,,Gij, gij zijt even veel waard als de prinses van Laken! ''

Jozef Cardijn werd geboren op 13 november 1882 in Schaarbeek als zoon van eenvoudige werkmensen. Zijn vader had een kolenhandel in Halle en moeder hield een café open om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Daar lag voor een stuk de kiem van zijn sterke sociale bewogenheid. Hij hoorde in het café van zijn moeder veel bittere verhalen over het leven van de gewone man. Op jonge leeftijd werd hij getroffen door de grauwe arbeidersrealiteit. Al op zijn twaalfde ging hij luisteren naar priester Daens.

Het treft hem blijkbaar zo diep dat hij aan zijn ouders vraagt of hij priester mag worden. Zijn vader ging opnieuw werken om zijn studies te kunnen betalen. De man sterft als hij nauwelijks 53 jaar is. Volgens Jozef omdat hij zich opgeofferd had om zijn studies te betalen. Aan het sterfbed van zijn vader zweert de jongeman: ,,Ik wil priester worden, ja, maar in dienst van de arbeiders.'' Al in 1906, hij is dan net geen 24, wordt hij priester gewijd. Zes jaar later wordt hij tot kapelaan benoemd in Laken. Cardijn maakt er snel ophef: hij gaat naar de arbeiderswijken, niet naar de villa' van de burgerij rond het koninklijk paleis. Hij gaat naar fabrieken en werkplaatsen. Hij wil weten waar het volk werkt, hoe het (over)leeft. Gedurende de zes jaar dat hij in Laken onderpastoor was, gaf hij met sociale gedrevenheid de aanzet tot de eerste syndicale groepen voor arbeid(st)ers. Hij nam het in het bijzonder op voor de (zeer) jonge vrouwen. In 1912 zag een ,syndicaat' voor arbeidsters het licht.

Zijn ideeën en verwezenlijkingen maakten opgeld. Nauwelijks drie jaar na zijn aankomst in Laken werd Cardijn door kardinaal Mercier benoemd tot directeur van de Christelijke Sociale Werken in Brussel. En zo lag in Laken de bakermat van de KAJ. Hier legde Cardijn de kiem van wat zou uitgroeien tot de internationale jeugdorganisatie.

In 1957 zetten het wereldcongres van de KAJ in Rome en de stichting van de Internationale KAJ (met hoofdzetel in Brussel) de kroon op het internationale werk. Voor Cardijn volgde op 18 januari 1965 de persoonlijke bekroning: paus Paulus VI verhief hem tot kardinaal. Maar op 24 juli van dat jaar sterft hij in Leuven. Hij krijgt zijn laatste rustplaats in de O.L.V.-kerk van Laken.

In die kerk kreeg hij een grafsteen, een rotsblok, ruw maar vooral eenvoudig, symbool voor een eenvoudig man uit één stuk, waarvan een onvermoede innerlijke stuwende kracht uitging. Tastbare herinneringen aan een van Belgiës meest prominente kardinalen, zijn er niet in Brussel. Wel draagt de Internationale Cardijnstichting er vanuit de hoofdzetel in Brussel toe bij dat zijn idealen wereldwijd worden uitgedragen.



  • Inlichtingen: secretariaat O.L.V.-kerk, Kardinaal Cardijnplantsoen 6, 1020 Laken, tel/fax. 02-478.20.95. Internationale Cardijnstichting: G. Rodenbachlaan 4, 1030 Brussel, tel. 02-245.02.52.