Op die fatale zondagochtend, 12 augustus 2000, werd een groepje wielertoeristen door een jonge automobilist omvergemaaid. Trieste balans: een dode en zes gewonden. Hoe kijken de slachtoffers een jaar na de feiten tegen deze rampzalige dag aan? Wij vroegen het de 36-jarige Patrick Van Staen uit de Scharenslijperstraat. De man is nog altijd aangesloten bij wielerclub Sint-Kristoffel.



  • Wat is er die zondag precies gebeurd?
  • Die zondagochtend vertrokken wij zoals altijd met zeven. We reden richting Langemark. Opeens zagen wij uit de verte een auto afkomen. Hij reed heel snel langs die smalle landelijke weggetjes, met de motor in hoog toerental. ,,Kijk, daar komt een zotje af'', monkelden wij nog. Hij sneed de bocht af. Opeens zag hij ons, ging op de rem staan, ging aan het slingeren en kwam recht op ons af. Bijna gleed hij ons voorbij, op een haar na. Maar toen kwakte hij tegen een elektriciteitspaal, werd de lucht ingeslingerd en kwam op ons neer. Ik werd in de gracht gegooid.

  • Wat ging er toen door je heen?
  • Het is allemaal zo vlug gegaan. Op dat moment denk je gewoon aan niets. Ik verloor even het bewustzijn. Toen ik weer bijkwam, lag ik in de gracht. Ik had geen pijn. Op dat ogenblik dacht ik dat het allemaal nog zo erg niet was. Ik dacht dat ik wellicht de enige was die geraakt was. Ik had er geen erg in dat ik een snijwonde had van twintig centimeter lang waar het bloed uit gulpte.

  • De pijn kwam toen je op de operatietafel lag?
  • Neen, ik snap het nog altijd niet. Ik was opengereten tot op het bot. Maar ik voelde en besefte dat toen niet. De overigen waren licht gewond. Met uitzondering van Luc Dewulf, hij heeft het niet overleefd.

  • Hoe sta je tegenover de dader?
  • Het ongeval kon niet worden vermeden. Daarvoor reed hij te snel. Maar ik koester geen haatgevoelens tegenover de dader. Hij is jong en onbezonnen. Hiermee wil ik het voorval niet minimaliseren. Het is onverantwoord om met zo'n snelheid te rijden. Ik heb vernomen dat hij onlangs zijn rijbewijs kwijtspeelde door een ander incident. Het verwondert mij niet.

  • Heeft het ongeluk op fysisch of psychisch vlak blijvende schade aangericht?
  • Aanvankelijk leek alles vlot te genezen. Ik klom algauw terug op de fiets. Maar de pijn aan rug en been wijkt niet. Blijkt dat bij inspanningen mijn ruggenwervels naar binnen gedrukt worden. De specialist heeft mij aangeraden om de fiets aan de kant te zetten. Inspanningen en schokken zijn uit den boze. Dat is een grote klap, want de fiets is altijd mijn grote passie geweest. Indien de inspuitingen geen effect hebben, moet ik opnieuw onder het mes.

    Angst om te fietsen, heb ik nooit gehad, maar ik gruw wanneer wagens rakelings langs mij heen flitsen. Ik ben agressiever geworden tegenover automobilisten die je als wielertoerist de pas afsnijden. Sommigen willen je gewoon op je bek doen gaan.