Dokter Luc D'Hooghe is huisarts in Vorst. Zijn inzet voor de ,,Vlaamse zaak'' is er één voor de patiënt. Het gaat om een sociale strijd, geen taalstrijd. Hij zet zich al langer in voor de Vlaamse huisartsenwerking.

1. Er zijn al veel studies uitgevoerd naar de gezondheidszorg in Brussel. Wat verandert al dat onderzoek in de praktijk?

De studies zijn er vooral gekomen omdat sommige beleidsmensen steeds herhalen dat er geen klachten binnenkwamen. Maar patiënten zijn te afhankelijk van hun arts. Als je een patiënt vraagt of er klachten zijn, zal die daar zo goed als nooit bevestigend op antwoorden. Je moet zoiets via de huisarts doen. Die kan registreren.

Er was een Meldpunt beloofd en er zou iets gebeuren rond de tweetaligheid van de MUG-diensten. Maar dat is wat stilgevallen. Het kabinet-Anciaux van Brusselse Aangelegenheden moet aan zo'n Meldpunt werken. Het zou er niet alleen komen voor meldingen inzake gezondheidszorg, maar voor alles wat er scheefgroeit in Brussel inzake tweetaligheid. Het zou meer evolueren tot een taalklachtendienst. Op die manier hopen ze wat meer informatie te krijgen. Maar voor ons is dat een stap terug. Een Meldpunt betekent dat je de boel weer kan laten verrotten.

2. Treedt op de duur geen gevoel van moedeloosheid in?

Soms. Maar we zien toch in de loop van de jaren dat er veranderingen zijn. Het werk van de afgelopen twintig jaar heeft effect gehad. Er is meer politieke bewustwording. Naar Franstaligen hebben we het taalprobleem in belangrijke mate kunnen omkeren tot een sociaal probleem. Zij doen niet alles meer af als zouden het louter ,,Vlaamse eisen'' zijn. En met Pro Medicis hebben we toch ook al een deel bereikt. Maar het is een werk van lange adem.

3. Benadeelt u uzelf niet, krijgt u niet het etiket opgekleefd van extremist?

Ik heb er nog nooit problemen mee gehad omdat ik zelf nooit in de clinch ben gegaan. Als ik klacht indien, doe ik het officieel. Met personen in strijd gaan heeft geen zin. Het moet structureel en formeel aangepakt worden. Het is niet aan de patiënt om de taal van de arts te spreken, het is aan de dokter om de taal van de patiënt te spreken. Voor mij is het geen kwestie van Vlaams of Frans, het gaat over de taal, over begrijpen en begrepen worden.

4. Hoe luidt uw antwoord op het argument dat er op de arbeidsmarkt te weinig tweetaligen te vinden zijn?

Hoe komt het dat de ene taalgroep wel tweetaligen kan afleveren en de andere niet? Dat is een gewetensvraag. Het heeft te maken met inzet, met respect. Ofwel is het een uiting van meerwaardegevoel. Een kwestie van mentaliteit. Het is een uitvlucht. Ik hoop dat de mentaliteit ooit verandert. Daar zijn hoopvolle tekenen voor.

5. De jongste jaren gaan er meer stemmen op voor unicommunautaire (eentalige) instellingen. Hoe staat u daartegenover?

Daar bestaat nog discussie over, net als over de splitsing van de gezondheidszorg trouwens. Het is zeker niet gemakkelijk voor Brussel.

Als de gezondheidszorg in Brussel echt zou gesplitst worden, krijg je twee gemeenschappen die op een andere manier gezondheidszorg krijgen en voor de ene terugbetaalt en voor de andere niet. Dat leidt tot twee soorten burgers.