Aan het Canadees wandelweekend in Knokke-Heist hebben 2.821 wandelaars deelgenomen. Dat waren er 850 meer dan vorig jaar. De Wandelende Noordzeeboys (WNZB), die in samenwerking met het gemeentebestuur de tochten organiseren, schrijven het succes toe aan de ruime publiciteit, de invoering van kortere afstanden en het droge herfstweer.

De Canadese Bevrijdingsmars was zondag aan de 28ste uitgave toe. 1.159 wandelaars vertrokken aan de Scheldedijk in Hoofdplaat. Dat was een status-quo in vergelijking met vorig jaar. Omdat niet iedereen gewonnen is voor deze vrij lange tocht tussen Hoofdplaat en Knokke, kreeg de mars er vorig jaar een alternatief over 18 km bij. Ook die tocht loopt in de voetsporen van de Canadese bevrijders. Alleen stappen de wandelaars vanuit Knokke naar Retranchement. Van daaruit keren ze samen met de deelnemers aan de 33 km naar de badstad terug. Op die manier snuiven ze de typische sfeer op. Het aantal stappers op de 18 km steeg van 311 tot 520.


Monumenten
In het raam van het Canadees wandelweekend lanceerde de WNZB vorig jaar op zaterdag een reeks monumentenwandelingen van 6 tot 21 km. De eerste uitgave was goed voor 492 wandelaars. Met het mooie wandelweer trokken ze dit jaar maar liefst 1.142 wandelaars. Voorzitter Philippe Van Speybrouck: ,,Het zijn afwisselende tochten langs de monumenten, de zeedijk, het strand en de groen- en natuurgebieden. De mensen waren zeer enthousiast''

Volgens Van Speybrouck groeit de naambekendheid en hebben de tochten nog een duidelijk groeipotentieel. Zo hebben al wandelclubs aangekondigd dat ze volgend jaar met een bus naar Knokke-Heist komen. Ook de nabijheid van het station en de kwaliteit van de tochten weten de deelnemers te waarderen.

Het wandelweekend eindigde zondagavond met de ontvangst van de genodigden op het Knokse stadhuis. Daar bedankten het gemeentebestuur en de heemkring Cnoc is Ier onder meer de Canadese ambassades in België en Nederland en het Canadees peloton dat aan de mars deelnam. Ook een 25-tal Canadese jongeren wandelde een eind mee. Zij verblijven in de regio en verbroederen met de leerlingen van het Zwincollege in Oostburg. De bevrijdingsmars is precies opgericht zodat de jongere generaties de inspanning en opoffering van de Canadese bevrijders in de herfst van 1944 niet zouden vergeten.