Speurders hebben naast de skeletten, die dinsdag op het militaire domein van Brasschaat ontdekt zijn, flarden van kledingstukken gevonden. Dat zou er op kunnen wijzen dat de lichamen er pas enkele jaren liggen. Het opgraven van de menselijke resten is pas gepland voor eind deze week.

Dat er achter de vondst van de beenderen een crimineel feit schuilgaat, is zo goed als zeker. De lichamen waren immers begraven.

Om geen bruikbare sporen uit te wissen, gaan de speurders zeer meticuleus te werk. Zo is de hele omgeving van de vindplaats hermetisch afgesloten en wordt ze dag en nacht bewaakt.

De federale politie overvloog het terrein gisterochtend met één van haar helikopters om het gebied goed in kaart te brengen.

Het terrein is ook met speurhonden uitgekamd. Dat leverde niet onmiddellijk nieuwe resultaten op. Gistermiddag en ook vandaag worden de struiken en boompjes op de vindplaats behoedzaam verwijderd. Pas daarna worden de skeletten, die een spade diep begraven liggen, bovengehaald en bestudeerd.

Het Antwerpse gerecht heeft daarvoor een team van specialisten ingeschakeld. Zo is het Disaster Victim Identification-team opgevorderd, een wetsdokter, een tanddeskundige, een forensisch botanicus -om aan de hand van plantenresten te kunnen uitmaken hoe lang de stoffelijke overschotten er al liggen- en een antropoloog. Die laatste moet achterhalen of het om de resten van mannen, vrouwen of kinderen gaat en wat hun leeftijd op het tijdstip van overlijden was.


Schedel en stuk rib
De skeletten werden dinsdagmiddag ontdekt door een boswachter van de Vlaamse gemeenschap. De vindplaats situeert zich op het oude schietveld van het militaire kamp van Brasschaat, op de grens met Kapellen. Toen de boswachter er omstreeks 14 uur passeerde, viel z'n oog toevallig op een stuk schedel en een rib dat boven de grond uitstak. Vermoedelijk hebben dieren de aarde omgewoeld. Toen de man dichterbij ging, ontdekte hij de twee skeletten. (WER/WCL)