De STEENUIL IN VLAANDEREN IN ZIJN INTERNATIONALE CONTEXT is de titel van het baanbrekende werk van uitgeweken Tieltenaar Dries Van Nieuwenhuyse. Drie onderzoeken in Meulebeke nemen daarin, naast een onderzoek op 15 procent van het Vlaamse grondgebied, een belangrijke plaats in. Het werk, volledig in het Engels, wordt gedrukt op 5.000 exemplaren en wordt hét referentiewerk voor de komende tien jaar.

  • Dit internationaal werk kent eigenlijk een zeer locale voorgeschiedenis?
  • Dries Van Nieuwenhuyse: Eigenlijk is alles in de regio Tielt begonnen in Meulebeke. Meulebekenaar Friedel Nollet deed er in 1988 een onderzoek naar de steenuil, eigenlijk als spielerei. Gewapend met een cassetterecorder gingen we op een bepaalde plaats, op steeds hetzelfde moment staan. Op die standaardcassette stond de roep van een mannetje. Daarop reageerden de steenuilen in de buurt. Zo konden we de verspreiding vaststellen.

  • Die manier van werken werd ook verder gebruikt?
  • Daaruit hebben we een eenduidig protocol gedistilleerd dat we in Oriolis, een vogeltijdschrift, hebben gepubliceerd. Op die manier hebben we in heel Vlaanderen op diezelfde wijze hokjes van 500 meter op 500 meter (25 ha) geïnventariseerd. Dat is bijna 15 procent van Vlaanderen. Het is uniek in Europa dat zo'n onderzoek op die schaal gebeurt. Statistiek hielp ons om die resultaten te interpreteren.

  • Uit Meulebeke konden jullie nog meer leren?
  • De resultaten in Vlaanderen geven een idee over de verspreiding in de ruimte van de steenuil. In Meulebeke konden we door drie opeenvolgende studies onderzoek doen naar de evolutie in de tijd. Na 1988 was er in 1994 opnieuw een studie door Friedel Nollet en mezelf en in 2000 deed de jonge Maarten Bekaert (19) dat nog eens over. (Hij won daar trouwens de Jacques Kets biologieprijs voor, nvdr)

  • Wat konden jullie daar vaststellen?
  • Eerst en vooral was het verbazend dat er zo veel steenuilen zaten in Meulebeke. De bestaande (Duitse) studies wezen daar niet op. Een ideaal steenuilgebied was toen bepaald door knotwilgen, natte weilanden en hoogstamboomgaarden. Allemaal zaken die in Meulebeke niet aanwezig zijn. We zagen in de loop der jaren dat het aantal steenuilen steeg van 38 ('88) naar 70 (1994) en 72 (2000). Daarin viel het op dat de uilen minder kieskeurig werden op het vlak van habitatkeuze. Deze drie opeenvolgende onderzoeken zijn uniek in Vlaanderen.

  • Het boek werpt een heel ander licht op de ,,ideale'' steenuilomgeving.
  • Verschillende landschapselementen spelen daar een rol in, en dat hebben we onderzocht. Bebouwing mag en boomgaarden, weilanden zijn positief voor de steenuil. Zeer goed voor de aanwezigheid van steenuilen zijn de weiranden. Een aantal van deze bevindingen kwamen naar voren ui het werk van Maarten Bekaert. Halfopen gebieden zijn zeer geschikt voor de steenuil. In Vlaanderen, door onze ruimtelijke wanorde, gedijt de steenuil zeer goed. Uit onze bevindingen kwam naar voren dat 20 are bebouwing per 25 ha ideaal is. Meer bebouwing mag ook, maar dan neemt de populatie af.

  • Het werk was eind november af, tevreden?
  • Heel zeker. We hebben er met een driekoppig redactieteam aan gewerkt, 20 mensen leverden artikels en meer dan 400 mensen hebben de metingen te velde gedaan. De reacties zijn zeer goed. Gisteren kreeg ik nog een mail uit Nieuw-Zeeland, waar er ooit eens steenuilen zijn ingevoerd, waarin men mij meldt dat onze methodes en bevindingen schitterend zijn. In de Nederlandse provincie Groningen is er een subsidiereglement ingevoerd voor de randen van percelen, gebaseerd op onze resultaten. Zoiets geeft enorm veel voldoening.

  • ,,The little owl in Flanders in its international context'', onder redactionele leiding van Dries Van Nieuwenhuyse, kan je bestellen via vzw Natuurpunt. Schrijven naar de Graafakker 11 in Turnhout of op www.natuurpunt.be