Het paleis stelt voor het eerst zijn koninklijke stallen in Laken open voor het publiek. Dat zorgde gisteren voor een overrompeling. Veel mensen kwamen de prachtige serres met een overvloed aan bomen en planten bewonderen.

Veel mensen profiteerden van hun vrije dag om een bezoekje te brengen. ,,We staan hier nu al een uur te wachten'', vertelt een man uit Antwerpen. ,,Men heeft ons gezegd dat het tot anderhalf uur kan duren voor we binnen mogen.'' En inderdaad, rond 15 uur waren wachttijden tot twee uur niet ongewoon.

Aan de poorten van het paleis worden bezoekers meteen naar een rechtervleugel gestuurd. Hier bevinden zich de koninklijke stallen. Niet dat mensen moeten opletten voor mest en andere ongemakken. De stallen worden al jaren niet gebruikt en zijn dan ook kraaknet. Binnen zien de bezoekers de hokken waar de koninklijke paarden gestald werden. Elk paard had een apart hok met daarboven in sierlijke letters zijn naam. Toch trekken de paardenkoetsen de meeste aandacht. Zoals de Louise-Marie, een mooi versierde koets met dubbele bank. Ook een koets die Leopold I gebruikte, staat in de stallen te pronken. ,,Het doet je toch iets, zo'n koets van bijna tweehonderd jaar oud'', verzekert een oudere dame uit het Kortrijkse. ,,Het is al de derde keer dat ik de serres kom bezoeken. Maar het is de eerste keer dat ik de stallen zie.''


Belastinggeld
In de serres zelf is de drukte enorm. Sommige serres zijn smalle gangen met klinkende namen als de Azaleaserre of de Geraniumgalerij. De bezoeker maakt als het ware een reis rond de wereld, maar dan door middel van bloemen. Van de kleurrijke Japanse azalea gaat het naar lange palmbomen uit Congo. De kers op de taart is de Winterhof of Grote Rotonde, een hoge cirkelvormige serre versierd met zuilen. Het gebouw is een juweeltje van glas en ijzer. ,,Een prachtig gebouw'', vertelt een vrouw met duidelijk West-Vlaams accent. ,,Maar wel met ons belastinggeld neergezet'', voegt haar kritische man er aan toe. Wat niet volledige waar is. De serres zijn bijna volledig gefinancierd met de opbrengsten uit onze voormalige kolonie Congo. Een erfenis van koning Leopold II.

  • Een bezoek aan de koninklijke serres blijft de moeite waard. Wie de vele buitenlandse bloemen en planten nog wil bewonderen, zal vlug moeten zijn. De serres blijven nog tot 5 mei open voor het grote publiek. Een toegangskaartje kost 2 Euro. Jongeren tot 18 jaar mogen gratis binnen.