,,Mochten u en de koning straks beslissen in één van de huisjes van het begijnhof te komen wonen, laat het ons direct weten.'' Met die vrolijke noot nam burgemeester Stefaan De Clerck dinsdag in de vooravond afscheid van koningin Paola. Voor de vorstin zat er een leuke namiddag op. Meer dan een uur had ze in het begijnhof vertoefd. Op eigen aandringen was de vorstin van het scenario afgeweken om te zien hoe daar achter die witgekalkte muren wordt gewoond.

,,Jawel, hier wordt écht geleefd'', verzekerde haar de bewoonster van het huis nummer 14, waarop Paola vroeg of ze snel een kijkje mocht nemen in het fraai gerenoveerde huis van de familie Vuylsteke.

Eerder was de koningin al binnengestapt in het huis nr. 10 van mevrouw Delplancke en werd door Annemie Vanhauwere ontvangen in het bezoekerscentrum en zo ging het maar door. Gezellig, spontaan, ongedwongen. De koningin bezocht de kapel waar de huiszwam de restauratiewerken heeft vertraagd, genoot van een rondleiding in het begijnhofmuseum, dat José Mortier al dertien jaar openhoudt, en trok ook de vroegere infirmerie binnen, waar de 76-jarige Kortrijkse Walter Callewaert (Colow) exposeert.


Hoogmoed
Een leuk intermezzo leverde de confrontatie op met juffrouw Marcella, het enige begijntje dat er nog woont en naar wiens portret een levensgroot beeld werd gemaakt. Marcellaatje Pattyn, 81 en slechtziend, werd in een rolstoel van haar huisje naar het beeld gereden. ,,Heilige Marcella, bid voor ons'', zei ze plots, waarop OCMW-voorzitter Marcel Waegemans haar vroeg of het niet een beetje hoogmoedig was zichzelf tot heilige uit te roepen. ,,Da's geen hoogmoed maar humor'', zei ze gevat, ,,ik heb dat van mijn vader. Die hield ook van lachen. Waar hij was, was iedereen. Dat doe ik niet. Ik zit nooit op café...''


Plastic
Voor ze Kortrijk verliet, bezocht Paola nog de door Anno'02 opgezette tentoonstelling Kunststo(f)f in het Broelmuseum. Wegens het onstuimige weer trok ze er niet te voet maar met de wagen naar toe. Ridder Jan Hoet en curatoren Hilde Bouchez en Pierre Luigi Tazzi wezen er de vorstin de weg tussen werken van ongelijke kwaliteit. Een nu duidelijk gehaaste Paola liet hen evenwel snel blijken welke plasticspullen zij wél mooi (en) of maar niets vond.