Het Roeselaarse centrum is weer tot rust gekomen. De driedaagse aanval van de meest vreemde straattheaters en optredens moet weer plaats ruimen voor het vertrouwde handeldrijven. Tijd voor een evaluatie van het eerste Roeselaarse stadsfeest.

Een allesomvattende commentaar is moeilijk. De opinies variëren van schitterend, over vreemd, tor vele vormen van onbegrip. Eén ding is klaar: het eerste straattheaterfestival van Roeselare heeft duidelijk gestoord. En alleen al daarom zijn we geneigd een positief cijfer aan het initiatief toe te kennen.

In De Groote Stooringe zou Albrecht Rodenbach de rode draad zijn. Die was soms ver te zoeken. Op het De Coninckplein was zijn standbeeld zelfs weggestopt achter een vreemde installatie. Tijdens de twee voorstellingen van het muzikaal-literaire It's better to burn out than to fade away in het Zuidpand werd het belang van de figuur Rodenbach andermaal gerelativeerd. Dat gebeurde eerder al in het schitterende historische spektakel Rodenbach@Co.


Zweven
De vrijdagvoorstelling in het Zuidpand (trouwens een verrassende ruimte, die meer mag worden gebruikt) kwam wat moeilijk op gang. Hier en daar zat er zelfs een echt storend onderdeel in de programmatie. Zaterdag herpakte het initiatief zich tot stadsgenoot schrijver-journalist Johan Vandenbroucke, die ons op z'n bekende, wat bedeesde manier weer met de voeten op de grond plaatste. Nadien gingen we echter opnieuw heerlijk zweven bij een (te kort) solo-optreden van Tom Barman.

Vervolgens was het reppen naar het Polenplein. Daar speelde Compagnie Jo Bithume uit Frankrijk haar jongste productie, een bewerking van Shakespeares Midzomernachtsdroom. De toeschouwers vergaapten zich bijwijlen letterlijk aan het vreemde spektakel dat zich tussen, en vooral boven hen afspeelde.

Voor het eerst kwam het volk massaal naar De Groote Stooringe. De dag was iets té regenachtig begonnen om ook 's namiddags een grote volkstoeloop te veroorzaken. Door het radicaal afsluiten van het centrum, was het wel tot over de kleine ring zoeken naar een parkeerplaatsje. Mond-tot-mondreclame zorgde ervoor dat ook zondag heel wat prettig gestoorde mensen door de centrumstraten liepen.


Vervolg?
Roeselare werd afgelopen weekend niet alleen overspoeld door spektakels en straattheater. Opvallend veel niet-Roeselarenaars kwamen op het initiatief af. We hoorden veel Frans en Gents en Antwerps. Heel wat autochtone jongeren die voor hun hedendaags vertier achterblijven in de universiteitssteden, kozen dit keer voor hun geboortestad. Of daar hun interesse voor de figuur Rodenbach voor iets tussenzit, valt te betwijfelen. Of het zou voor het pittig bruintje moeten zijn.

Bij de organisatoren heerst in elk geval tevredenheid. Coördinator Kris Vannevel is blij dat iets als De Groote Stooringe eindelijk ook in Roeselare kan. Dat was ook het overheersend gevoel bij de kijker.

Of er een vervolg komt op dat straattheaterfestival is nog geen uitgemaakte zaak. Zoiets boks je niet in enkele maanden ineen. Daarvoor zijn massaal alle stadsdiensten gemobiliseerd. En, niet onbelangrijk: zo'n storend en gratis toegankelijk festival kost handenvol geld.

Wellicht kan men denken aan een vijfjaarlijks gebeuren, zoals dat vroeger ook met de Rodenbachstoet het geval was.


(Storende) fuif
De Groote Stooringe moest leuk zijn voor alle leeftijdsgroepen. Het jonge volkje kreeg een alternatieve megafuif voor de voeten geschoven. De organisatoren kozen daarvoor de ongewone locatie van het leegstaande postkantoor aan het Polenplein. Het pand werd zaterdagnacht bestormd door een massa volk.

Wie eindelijk binnenraakte, wist het meteen. Dat is dé ideale fuifzaal waar Roeselare al zo lang naar zoekt. Dat zullen de buren niet graag gehoord hebben. Dat denkspoor is niet nieuw. Ooit wilde men er het jeugdcentrum in onderbrengen. Toegegeven, geluidsoverlast was er nauwelijks, in elk geval niet veel meer dan op een gewone zaterdagavond. Maar zoals altijd bij dergelijke evenementen is het vooral het komen en gaan dat last veroorzaakt.

En het gebouw zou uiteraard een facelift moeten krijgen. Het was zaterdagnacht vaak beangstigend, zeg maar gerust onverantwoord, om door de postgangen en -kelders te dwalen. De dansende jongeren moesten daar zelfs niet worden op gewezen. Ze hadden het zelf wel gezien. Iedereen moest binnen of buiten door dezelfde smalle doorgang. Sommigen vroegen zich luidop af waar de nooduitgangen waren en kregen geen antwoord.

Het concept viel dan weer wel te pruimen: een fuif met trendgevoelige muziek, gemixt met een creatief modegebeuren. Studenten van de Gentse en Antwerpse Modeschool hadden de bovenste verdieping van de post ingepalmd en aangekleed. Nationalisme in allerlei vormen en kledij, die deed denken aan de kostuums van de ter ziele gegane Rodenbachstoeten, was de link met De Groote Stooringe.